RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/739
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 augustus 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere
(gemachtigden: mr. J.H.S. Biervliet en K.K. Bahora).
Inleiding
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de urgentieaanvraag van eiser. Eiser heeft een urgentieaanvraag gedaan op medische gronden. Hij woont namelijk met partner en twee kinderen in een woning met één kleine slaapkamer. Deze woning is volgens eiser ongeschikt, met name voor zijn oudste zoon [A (voornaam)] omdat hij een ontwikkelingsachterstand heeft en er aanwijzingen zijn voor de diagnose autisme.
Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 16 juni 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 5 januari 2026 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van het college.
Beoordeling door de rechtbank
1.1
De rechtbank beoordeelt de vraag of het college de aanvraag van eiser om woonurgentie heeft mogen afwijzen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
1.2
Het beroep is ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat het college de aanvraag om urgentie op goede gronden heeft afgewezen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
De afwijzing van het college
2.1
Het college heeft de aanvraag van eiser om woonurgentie op medische gronden afgewezen omdat de situatie van eiser niet voldoet aan de specifieke voorwaarden van artikel 11, derde lid, onder c, van de Huisvestingsverordening Almere 2024 (de Huisvestingsverordening). Dit artikel is verder uitgewerkt in bijlage II van de Huisvestingsverordening. Daaruit volgt dat aan artikel 11, derde lid, onder c, van de Huisvestingsverordening wordt voldaan indien op grond van (in dit geval) medische omstandigheden sprake is van een levensontwrichtende situatie die alleen kan worden opgelost met (andere) zelfstandige woonruimte op zeer korte termijn. Tot een levensontwrichtende situatie worden uitsluitend gerekend een medische situatie die de woonomstandigheden onhoudbaar maken. De woonomstandigheden worden als onhoudbaar beschouwd in de volgende gevallen:
-
als de bruikbaarheid of toegankelijkheid van de zelfstandig woning door ziekte of door een lichamelijke of verstandelijke beperking ernstig wordt belemmerd (ergonomische belemmeringen);
-
als de huidige zelfstandig woonsituatie ernstige schade veroorzaakt aan de gezondheid.
2.2
Volgens het college wordt hieraan niet voldaan. Uit het medisch advies van [onderneming] blijkt namelijk het volgende. Bij [A (voornaam)] is sprake van medische problematiek. In de huidige woonsituatie doen zich situaties voor die leiden tot gedragsontregeling en emotionele overbelasting. Gezien het gedrag en de medische situatie van [A (voornaam)] is continue aanwezigheid van een toezichthoudende volwassene noodzakelijk. De woning moet daarom risicovrij zijn ingericht, waarbij het zelfstandig openen van ramen en deuren onmogelijk is. Het ruimtegebrek en de woonsituatie bestaat al meerdere jaren en er zijn geen aanwijzingen voor een recente of acute verslechtering van de medische situatie. Indien nodig kan een
ergotherapeut worden ingeschakeld om te adviseren over praktische aanpassingen die aansluiten bij de huidige functionele mogelijkheden en situatie van [A (voornaam)] . De arts van [onderneming] ziet op dit moment geen acute aanwijzingen voor levensbedreigende problematiek of een directe medische noodzaak die een woningverandering op zeer korte termijn vereist. Ook ziet het college geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen omdat uit de stukken niet blijkt dat de kinderen in een levensontwrichtende situatie verkeren.
Het standpunt van eiser
- Eiser is het niet eens met de afwijzing van het college en voert aan dat [A (voornaam)] gevaar loopt in de huidige woning, met name in de zomer als de balkondeur open moet. Ook door enkele verbeteringen wordt de woning niet veiliger. Verder heeft [A (voornaam)] behoefte aan een prikkelarme ruimte thuis en een veilige omgeving om zich verder te ontwikkelen. Daarnaast zorgt [A (voornaam)] voor overlast bij de buren door schreeuwen en het gooien van speelgoed.
Het oordeel van de rechtbank
4.1
Naar het oordeel van de rechtbank mocht het college het medisch advies ten grondslag leggen aan het bestreden besluit en gelet op dat advies eisers urgentieaanvraag afwijzen omdat hij niet voldoet aan de voorwaarde van artikel 11, derde lid, onder c, van de Huisvestingsverordening.
4.2.
Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt namelijk dat het college het advies van de medisch deskundige aan zijn besluitvorming ten grondslag mag leggen, mits het advies op een onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze is opgesteld. Het bestuursorgaan mag in beginsel op het advies van een deskundige afgaan. Reden hiervoor is dat een deskundige de - in dit geval medische - kennis heeft om onderliggende stukken en andere informatie te beoordelen. Indien een partij concrete aanknopingspunten naar voren heeft gebracht voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan.
4.3
Eiser heeft geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan het advies naar voren gebracht. [onderneming] heeft de door eiser overgelegde (medische) stukken betrokken. Eiser heeft vervolgens geen medisch tegenadvies of andere medische stukken overgelegd. Op de zitting heeft eiser nog gewezen op een brief van een behandelend arts en verteld wat daar in staat. Het is de rechtbank niet gebleken dat die brief informatie bevat die niet ook al bij het opstellen van het medisch advies is betrokken.
4.4
Omdat niet wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Huisvestingsverordening, kan het college vervolgens alleen onder bijzondere omstandigheden, met toepassing van de hardheidsclausule, een urgentieverklaring verlenen. Een urgentieverklaring is de uitzondering op de normale verdeling van woonruimte. De hardheidsclausule is daarop weer een uitzondering omdat iemand dan urgentie krijgt, terwijl die persoon niet aan de voorwaarden voldoet.
4.5
De rechtbank is van oordeel dat het college in dit geval het algemeen belang bij een rechtvaardige woonruimteverdeling zwaarder heeft mogen laten wegen dan het belang van eiser (en zijn gezin) om in een grotere woning te wonen. Binnen de regio Almere is er sprake van woningnood. De situatie waarin eiser verkeert, is niet anders dan die van veel andere woningzoekenden, die in een vergelijkbare situatie verkeren. Het is niet uitzonderlijk dat er een gezin woont in een (te) kleine woning. Daarbij heeft het college ook erkend dat de woonsituatie van eiser en zijn gezin verre van ideaal is, maar dat er meer gezinnen zijn met medische problematiek die in een (te) kleine woning wonen. Als deze woningzoekenden voorrang krijgen, betekent dit dat anderen langer op een woning moeten wachten. De specifieke medische problematiek van [A (voornaam)] en de impact daarvan op de rest van het gezin heeft het college voldoende betrokken door medisch advies te vragen aan [onderneming] . Die heeft geconcludeerd dat er geen acute aanwijzingen zijn voor levensbedreigende problematiek of een directe medische noodzaak die een woningverandering op zeer korte termijn vereist. De rechtbank is van oordeel dat het college zich daarmee rekenschap heeft gegeven van de situatie van de kinderen van eiser. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een zodanig uitzonderlijke situatie dat er afgeweken moest worden van de Huisvestingsverordening. Het beroep op de hardheidsclausule slaagt daarom niet.
Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van
mr. K.E. Pruntel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid
om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 30 van de Huisvestingsverordening.