RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/603953 / FA RK 25-2441
Datum uitspraak: 2 oktober 2026
Beschikking echtscheiding
in de zaak van
[de vrouw]
,
hierna te noemen de vrouw,
wonend op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. D. Eijpe uit Utrecht,
en
[de man]
,
hierna te noemen de man,
wonend in [plaats 1] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt mee in de beoordeling:
het verzoekschrift van de vrouw met bijlagen, ontvangen op 10 december 2025;
het bericht van de vrouw van 22 december 2025, met als bijlage het betekeningsexploot;
het bericht van de vrouw van 2 april 2026, met bijlage;
het bericht van de vrouw van 21 augustus 2026.
1.2.
De man heeft geen verweerschrift ingediend binnen de termijn die daarvoor staat.
1.3.
Een zitting heeft niet plaatsgevonden.
1.4.
De rechtbank heeft aan de minderjarige [minderjarige 1] , het oudste kind van de ouders, gevraagd wat hij van de verzoeken vindt. [minderjarige 1] heeft de kinderrechter een brief gestuurd.
1.5.
De rechtbank heeft aan de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , de jongste kinderen van de ouders, niet gevraagd wat zij van de verzoeken vinden. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor.
2Wat vaststaat
2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum huwelijk] 2014 in [plaats 2] , Marokko.
2.2.
Partijen hebben de Marokkaanse nationaliteit.
2.3.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats 1] ;
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats 1] ;
[minderjarige 3]
, geboren op [geboortedatum 3] 2022 in [geboorteplaats 2] .
3De beoordeling
De bevoegdheid van de rechtbank en het recht dat van toepassing is
3.1.
De rechtbank is bevoegd te beslissen op de verzoeken van de vrouw en Nederlands recht is van toepassing.
Ontbreken ouderschapsplan
3.2.
In de wet staat dat een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan moet bevatten dat beide partijen hebben ondertekend. In het ouderschapsplan staan de afspraken die partijen over hun kinderen hebben gemaakt. Deze afspraken moeten in ieder geval gaan over de manier waarop zij de zorg over hun kinderen zullen verdelen, hoe zij elkaar over hun kinderen zullen informeren en raadplegen en hoe zij de kosten van hun kinderen zullen delen.
3.3.
De vrouw heeft geen ouderschapsplan ingediend. De rechtbank is echter van oordeel dat de vrouw kan worden ontvangen in haar verzoek tot echtscheiding ondanks het ontbreken van een ouderschapsplan. Dat wil zeggen dat het verzoek tot echtscheiding en de andere verzoeken inhoudelijk worden behandeld. Er is sprake geweest van huiselijk geweld in de gezinssituatie. De vrouw verblijft met de kinderen op een voor de man geheime plek. Het is niet mogelijk dat zij met elkaar afspraken maken over de kinderen. Dit kan onder deze omstandigheden niet van de vrouw worden verwacht.
Echtscheiding
3.4.
De rechtbank spreekt de echtscheiding tussen partijen uit. De vrouw verzoekt dit en stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat partijen niet samen verder kunnen als echtgenoten. De man voert geen verweer.
Hoofdverblijfplaats
3.5.
De vrouw verzoekt te bepalen dat de kinderen het hoofdverblijf hebben bij de vrouw en dat de vrouw de volledige zorg draagt voor de kinderen.
3.5.1.
In de beschikking van deze rechtbank van 11 maart 2026 is onder meer bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw zal zijn. Doordat hierover al een beslissing is genomen, heeft de vrouw in deze echtscheidingsprocedure geen belang meer bij een beslissing van de rechtbank over het hoofdverblijf. De rechtbank wijst dit verzoek daarom af.
De zorg voor de kinderen
3.5.2.
Daarnaast heeft de vrouw verzocht om te bepalen dat zij de volledige zorg voor de kinderen draagt. De man heeft geen verweer gevoerd tegen dit verzoek. Dit betekent in beginsel dat het verzoek zal worden toegewezen. In dit geval vindt de rechtbank het belangrijk om een extra overweging aan de toewijzing van het verzoek te wijden. Het gebrek aan verweer is namelijk niet de enige reden dat het verzoek van de vrouw kan worden toegewezen. Uit de overgelegde stukken volgt namelijk dat in de gezinssituatie jarenlang sprake is geweest van huiselijk geweld van de man richting de vrouw. Verder is uit de stukken gebleken dat de man – ook in het bijzijn van de kinderen – plotseling zeer agressief en onvoorspelbaar kan zijn. In het licht van dit gedrag is omgang tussen de man en de kinderen niet zonder meer in het belang van de kinderen. De rechtbank volgt het standpunt van de vrouw dat de man eerst hulpverlening moet krijgen voor zijn problematiek voordat kan worden overgegaan tot (veilig) contact. Daarnaast leest de rechtbank in de overgelegde stukken dat volgens Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en het Centrum voor Jeugd en Gezin alleen omgang tussen de man en de kinderen kan plaatsvinden als dit onder begeleiding plaatsvindt. De man werkt hier echter niet aan mee. Ook dit betekent dat omgang nu niet mogelijk is.
Kinderalimentatie
3.6.
De vrouw verzoekt vast te stellen dat de man een bedrag van € 25,- per kind per maand tot een maximum van € 50,- per maand aan kinderalimentatie aan haar betaalt, bij vooruitbetaling te voldoen. De man voert geen verweer. De rechtbank wijst het verzoek toe. Uit het verzoekschrift volgt niet dat dit onredelijk is.
3.7.
De rechtbank bepaalt dat de man de kinderalimentatie vanaf de datum van deze beschikking moet betalen.
3.8.
De man moet de kinderalimentatie steeds vóór de eerste dag van de maand betalen. De vrouw heeft de kinderalimentatie vanaf het begin van de maand nodig om de kosten van de kinderen in die maand te kunnen betalen.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.8.
De vrouw verzoekt de rechtbank de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst het verzoek toe, behalve voor de echtscheiding. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
Ingetrokken verzoeken
3.9.
De vrouw heeft haar andersluidende verzoeken ingetrokken. De rechtbank zal dan ook geen beslissing nemen op deze verzoeken.
4De beslissing
De rechtbank:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum huwelijk] 2014 in [plaats 2] , Marokko;
4.2.
bepaalt dat de vrouw de volledige zorg draagt voor de kinderen;
4.3.
bepaalt dat de man vanaf de datum van deze beschikking een bedrag van € 25,- per kind per maand tot een maximum van € 50,- aan kinderalimentatie moet betalen aan de vrouw, vanaf nu steeds vóór de eerste van de maand;
4.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.M. Maliepaard, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 2 oktober 2026.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.
MHVDV
Echtscheiding: art. 3 Brussel II-ter en art. 10:56 BW. Alimentatie: art. 3 Alimentatieverordening en art. 3 Haags Protocol.
In de wet wordt dit bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige(n) genoemd.