I. Faits, cadre procédural et contexte du litige
A. Origine du litige et prétentions des parties
Par cette décision rendue le 06 novembre 2026, la juridiction saisie (Royaume des Pays-Bas) apporte une clarification structurante en matière de droit positif et contentieux juridictionnel. Dans l'espèce soumise à l'appréciation de la juridiction saisie, le différend s'est noué autour de l'application des règles régissant le domaine droit positif et contentieux juridictionnel au sein de l'ordre juridique de Royaume des Pays-Bas.
« 1.1. Bij tussenvonnis van 18 maart 2026 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij op 13 mei 2026 een akte genomen (hierna: de akte). »
B. Déroulement de l'instance et saisine de la juridiction
Saisie suivant les formes et délais prescrits par le droit processuel applicable devant les juridictions de Royaume des Pays-Bas, la juridiction saisie devait vérifier la régularité des moyens soulevés ainsi que la qualification juridique exacte des faits constatés. La décision inscrite sous la référence ECLI:NL:RBNHO:2026:14179 Rechtbank Noord-Holland , 30-09-2026 / 11952951 \ CV EXPL 25-4227 s'inscrit dans la jurisprudence constante visant à garantir la sécurité juridique des sujets de droit et la prévisibilité du contrôle juridictionnel.
II. Problème de droit et fondements textuels mobilisés
A. La question juridique centrale soumise au juge
La question déterminante posée à la juridiction saisie consistait à déterminer dans quelle mesure les constatations souveraines opérées au fond et l'interprétation des textes invoqués justifiaient la solution retenue (statuant au fond en droit positif), au regard des exigences d'équilibre probatoire et de légalité matérielle.
B. Corpus normatif et textes de référence cités
L'analyse juridique s'articule autour des dispositions et références normatives suivantes :
- Corpus normatif applicable en Royaume des Pays-Bas (Droit positif et contentieux juridictionnel)
- Principes directeurs du procès équitable et contrôle de motivation juridictionnelle
III. Solution retenue et architecture de la motivation
A. L'articulation du syllogisme juridictionnel
Pour trancher le litige, la juridiction saisie procède à une confrontation rigoureuse entre la règle de droit applicable et les éléments matériels versés aux débats :
« 2.1. De eisende partij heeft bij akte gesteld dat zij de algemene voorwaarden per 1 januari 2024 heeft gewijzigd en dat deze dus van toepassing zijn op alle overeenkomsten die gesloten zijn na die datum. Dat in een andere zaak, waarbij de overeenkomst later is gesloten, nog de oude algemene voorwaarden zijn gevoegd, is een fout geweest, aldus de eisende partij. »
B. Dispositif et sens de la décision
Au terme de sa démonstration, la juridiction prononce son dispositif dans les termes suivants :
« Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. »
Cette motivation met en évidence le soin apporté par la juridiction saisie à caractériser précisément les conditions d'application de la norme avant d'en tirer toutes les conséquences juridiques à l'égard des parties.
IV. Portée normative, sécurité juridique et repères pratiques
A. Apport à la cohérence jurisprudentielle (Royaume des Pays-Bas)
Sur le plan théorique et systémique, cet arrêt consolide l'interprétation retenue par la juridiction saisie en matière de droit positif et contentieux juridictionnel. Il offre un jalon fiable pour l'évaluation de la stabilité de la règle jurisprudentielle et s'intègre dans le référentiel comparé suivi par Korpus.
B. Recommandations opérationnelles pour les praticiens
- Qualification préalable : vérifier systématiquement la réunion cumulative des critères factuels exigés par la juridiction saisie avant d'engager l'action ou de soulever le moyen ;
- Traçabilité probatoire : documenter par écrit l'ensemble des pièces justificatives correspondant aux textes visés (corpus légal applicable) ;
- Anticipation procédurale : mobiliser cette décision du 06 novembre 2026 comme précédent pertinent dans les écritures portant sur un litige analogue en Royaume des Pays-Bas.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11952951 \ CV EXPL 25-4227
Uitspraakdatum: 30 september 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Capaccs Invest B.V., inzake Ladies Night Nederland B.V.
te Eindhoven
de eisende partij
gemachtigde: ACCS Incasso
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1De verdere procedure
1.1. Bij tussenvonnis van 18 maart 2026 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij op 13 mei 2026 een akte genomen (hierna: de akte).
2De verdere beoordeling
Toepasselijke algemene voorwaarden
2.1. De eisende partij heeft bij akte gesteld dat zij de algemene voorwaarden per 1 januari 2024 heeft gewijzigd en dat deze dus van toepassing zijn op alle overeenkomsten die gesloten zijn na die datum. Dat in een andere zaak, waarbij de overeenkomst later is gesloten, nog de oude algemene voorwaarden zijn gevoegd, is een fout geweest, aldus de eisende partij.
2.2. De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft onderbouwd dat op deze overeenkomst deze nieuwe set algemene voorwaarden van toepassing zijn. Alhoewel de formulering van artikel 5.6, mede in het licht van artikel 5.3, te wensen overlaat, is afdoende duidelijk dat de eisende partij heeft beoogd bij de wettelijke regeling aan te sluiten.
Wat is toewijsbaar?
2.3. De gevorderde hoofdsom en buitengerechtelijke kosten worden toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
2.4. De eisende partij vordert de wettelijke rente vanaf de vervaldatum van de (oudste) factuur. Gelet op het tussen partijen overeengekomen rentebeding heeft de eisende partij hiermee een te hoog bedrag aan vervallen rente berekend en gevorderd. Daarom wordt dit deel van de vordering afgewezen. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
2.5. De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1. veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 89,99. vermeerderen met de wettelijke rente over € 49,99 vanaf 21 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 119,40;
griffierecht € 135,00;
salaris gemachtigde € 43,00;
3.3. verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter