RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/727228 / FA RK 26-7929
Datum uitspraak: 2 oktober 2026
Beschikking van de kinderrechter over de voorlopige voogdij
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats 1] ( [geboorteland 1] ),
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats 2] ( [geboorteland 2] ),
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3]
,
geboren op [geboortedatum 3] 2021 in [geboorteplaats 3] ( [geboorteland 3] ),
hierna te noemen: [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder 1]
,
hierna te noemen: de moeder van [minderjarige 1] ,
wonende op een voor de rechtbank onbekend adres, vermoedelijk in Suriname ,
[naam moeder 2]
,
hierna te noemen: de moeder van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ,
wonende op een voor de rechtbank onbekend adres, vermoedelijk in Suriname ,
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 30 september 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2026. Daarbij
waren aanwezig:
de vader;
een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger van de raad] ;
een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI] .
1.3.
De moeders zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeders per adres van de Raad zijn opgeroepen, maar dat de Raad geen contact met hen heeft kunnen leggen. De kinderrechter stelt verder vast dat de moeders niet via de Staatscourant zijn opgeroepen en dat de oproeping daarom niet juist is geweest. De kinderrechter behandelt de zaak toch inhoudelijk gelet op het belang van de kinderen.
2De feiten
2.1.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij de vader.
3Het verzoek
3.1.
De Raad heeft verzocht de GI te belasten met de voorlopige voogdij over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad heeft verzocht hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
3.2.
Op 30 september 2026 heeft de piketrechter telefonisch aan de Raad laten weten dat zij niet op het verzoek zal beslissen zonder de belanghebbenden te horen. De piketrechter heeft wel aanleiding gezien om het verzoek versneld op een zitting te behandelen.
3.3.
De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht het als volgt toe. De vader geeft aan dat hij beschikt over documenten waaruit zou blijken dat het gezag dan wel de voogdij over de kinderen aan hem is toegekend in Suriname. Die documenten zijn door een jurist van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) echter als niet geldig beoordeeld. De Raad heeft de vader gevraagd of hij de contactgegevens van de moeders van de kinderen wil delen, maar volgens de vader verblijven zij diep in het binnenland van Suriname waardoor zij moeilijk bereikbaar zijn. Hierdoor is sprake van een gezagsvacuüm.
Daar komt bij dat er zorgen zijn over de veiligheid van de kinderen in de opvoedsituatie en de opvoedstijl van de vader. De kinderen hebben afzonderlijk van elkaar aangegeven dat zij door hun vader en hun vijftienjarige neef, die ook bij hen in huis woont, worden geslagen. Dat is heel zorgelijk. Het crisisinterventieteam (CIT) heeft geadviseerd om ASH Zoeklicht in te zetten. Vanwege de camera’s die overal in de woning hangen, vinden de hulpverleners van ASH Zoeklicht het onprettig om daar langs te gaan. De vader verblijft op dit moment niet in de woning. Wel verblijven er in de woning nog twee kinderen en twee dames. Het is nog onbekend wat hun relatie is met de vader en de kinderen.
4De standpunten
4.1.
De GI staat achter het verzoek van de Raad. Vanwege de zorgen over de fysieke veiligheid van de kinderen is afgesproken dat de vader voorlopig elders verblijft en dat de dames die ook in de woning verblijven zorg dragen voor de kinderen. Daarnaast heeft de GI contact opgenomen met de school van de kinderen. Op school lijkt het oké te gaan.
Het is belangrijk dat er zicht komt op de kinderen. Daarvoor is de inzet van ASH Zoeklicht nodig. De vader heeft aangegeven dat hij bereid is om alle camera’s uit de woning te verwijderen. Daarna kan de GI opnieuw een aanvraag doen bij ASH Zoeklicht.
4.2.
De vader is het niet eens met het verzoek. In tegenstelling tot wat de Raad daarover stelt, zijn de documenten waarover de vader beschikt niet getoetst op echtheid. De vader heeft de stukken ook meegenomen naar de zitting en aan de kinderrechter laten zien. Uit de documenten blijkt volgens de vader weldegelijk dat de moeders het gezag over de kinderen aan de vader hebben toevertrouwd. Suriname is ver weg van Nederland. De moeders hebben het gezag aan de vader gegeven, zodat hij in Nederland zaken kan regelen voor de kinderen.
De vader betwist dat hij de kinderen heeft geslagen. Daar is ook geen bewijs voor. Nadat de kinderen op het politiebureau waren verhoord, waren zij juist blij om hun vader weer te zien. Sinds gisteravond is de vader weer thuis bij de kinderen. In de brief van het CIT stond namelijk alleen dat de vader tot woensdag 30 september niet in de woning mocht zijn. Over de periode daarna staat niets in de brief.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter moet beoordelen of [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] niet onder het wettelijk vereiste gezag staan, of dat dit gezag niet over hen wordt uitgeoefend, en of het dringend en onmiddellijk noodzakelijk is om in de gezagsuitoefening over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te voorzien om hun belangen te kunnen behartigen. De kinderrechter overweegt als volgt.
5.2.
De vader stelt dat hij met instemming van de moeders van de kinderen belast is met het (eenhoofdig) ouderlijk gezag en dat hij dit kan onderbouwen met stukken. Volgens de Raad zijn die stukken (nog) niet rechtsgeldig in Nederland. De kinderrechter heeft tijdens de zitting vastgesteld dat de vader stukken heeft van een notaris in Suriname die ondertekend lijken door de vader en de moeders, maar kan ook niet vaststellen of deze stukken in Nederland rechtsgeldig zijn. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of de vader belast is met het (eenhoofdig) gezag over de kinderen. Dit moet zorgvuldig worden onderzocht door de Raad. De moeder van [minderjarige 1] en de moeder van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen vermoedelijk in Suriname, zijn niet bereikbaar en oefenen hun gezag (als zij daarmee belast zijn) feitelijk niet uit. Daarom is er sprake van een gezagsvacuüm.
5.3.
Gelet op de zorgen die er zijn over de thuissituatie van de kinderen is het noodzakelijk dat ASH Zoeklicht kan starten. De hulpverlening kan alleen starten met instemming van degene(n) die gezag heeft/hebben over de kinderen, maar omdat dat onduidelijk is kan de hulpverlening nu niet starten. Daarom is de kinderrechter van oordeel dat het dringend en onmiddellijk noodzakelijk is om in de gezagsuitoefening over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te voorzien om hun belangen te kunnen behartigen. De kinderrechter belast daarom de GI met de voorlopige voogdij over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . De voorlopige voogdij eindigt van rechtswege na drie maanden, op 2 januari 2027, tenzij voor het einde van die termijn aan de rechtbank een voorziening in het gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] is verzocht. De voorlopige voogdij loopt dan door totdat op dat verzoek is beslist.
5.4.
In de tussentijd is het van belang dat er duidelijkheid komt over het gezag van de vader en de moeders, er zicht komt op de kinderen en hun opvoedsituatie en dat de hulpverlening die nodig is wordt ingezet.
5.5.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
belast de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met de voorlopige voogdij over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ;
6.2.
stelt vast dat de voorlopige voogdij van rechtswege na drie maanden eindigt, namelijk op 2 januari 2027, tenzij voor het einde van die termijn aan de rechtbank een voorziening in het gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] is verzocht. De voorlopige voogdij loopt dan door totdat op dat verzoek is beslist;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2026 door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. K.F.G. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 9 oktober 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:241, eerste en tweede lid, Burgerlijk Wetboek.
Artikel 2 Besluit gezagsregisters.