RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6017
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
(gemachtigde: mr. A.T. Leigh),
en
Dienst Toeslagen, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres dat zij op 17 oktober 2025 heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet tijdig een besluit heeft genomen op haar bezwaarschrift.
Op 17 december 2025 heeft verweerder een verweerschrift ingediend en alsnog een besluit genomen op het bezwaar van eiseres.
Overwegingen
-
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
-
Als een bestuursorgaan niet op tijd een besluit neemt op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog een besluit moet worden genomen op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.
-
Met het beroep wil eiseres bereiken dat verweerder alsnog een besluit neemt op haar bezwaarschrift. Met het besluit van 17 december 2025 heeft verweerder alsnog beslist op het bezwaarschrift van eiseres. Het doel van eiseres met deze beroepsprocedure is daarmee bereikt. Het (proces)belang van eiseres bij een beslissing op haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daardoor weggevallen. Het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaarschrift is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
-
Op grond van artikel 6:19 van de Awb is het beroep van rechtswege ook gericht tegen het besluit dat verweerder alsnog heeft genomen. De rechtbank heeft daarom bij brief van
26 januari 2026 en 1 april 2026 aan eiseres verzocht of zij aan de rechtbank wil laten weten of zij het eens is met het alsnog genomen besluit en het beroep intrekt, dan wel dat zij uitlegt waarom zij het niet eens is met het alsnog genomen besluit. De rechtbank heeft geen reactie ontvangen. Omdat eiseres geen inhoudelijke beroepsgronden heeft ingediend tegen het genomen besluit, is haar beroep tegen dat besluit ook niet-ontvankelijk.
-
Verweerder heeft in zijn verweerschrift aangegeven dat er meerdere keren is verzocht om onderbouwde bezwaargronden, maar hier nooit op is gereageerd door eiseres. Eiseres heeft in haar bezwaarschrift namelijk enkel gesteld dat het bedrag aan immateriële schadevergoeding te laag zou zijn vastgesteld. Hoewel dit geen onderbouwing bevat, is het wel duidelijk waartegen eiseres bezwaar heeft gemaakt. Dit blijkt tevens uit het feit dat verweerder inmiddels – zonder verder onderbouwde bezwaargronden – wel een beslissing op bezwaar heeft kunnen nemen met het besluit van 17 december 2025. De rechtbank gaat dan ook niet mee in het standpunt van verweerder dat eiseres niet in aanmerking komt voor vergoeding van de proceskosten en griffierecht.
-
De rechtbank ziet dan ook aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Op het moment dat eiseres het beroep niet tijdig indiende, was verweerder in gebreke tijdig te beslissen op het bezwaar van eiseres. Eiseres heeft het beroep dan ook niet ten onrechte ingesteld, waardoor het bij indiening daarvan ontvankelijk was. Toegekend wordt € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5).
-
Ook moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 53,- vergoeden.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
-
veroordeelt verweerder tot betaling van de door de eiseres gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 467,-;
-
bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van
mr. D. van Grootel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
de griffier is niet in de gelegenheidte ondertekenen
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.