RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6877
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rhenen, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser dat hij op 28 november 2025 heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet tijdig een besluit heeft genomen op haar verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) van 3 juli 2025.
Op 27 januari 2026 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op het verzoek van eiser.
Overwegingen
-
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
-
Als een bestuursorgaan niet op tijd een besluit neemt op een verzoek of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog een besluit moet worden genomen op zijn verzoek of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.
-
Met het beroep wil eiser bereiken dat verweerder alsnog een besluit neemt op zijn verzoek. Met het besluit van 27 januari 2026 heeft verweerder alsnog beslist op het verzoek van eiser. Het doel van eiser met deze beroepsprocedure is daarmee bereikt. Het (proces)belang van eiser bij een beslissing op zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daardoor weggevallen. Het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
-
Op grond van artikel 6:19 van de Awb is het beroep van rechtswege ook gericht tegen het besluit dat verweerder alsnog heeft genomen. De rechtbank heeft daarom bij brief van
30 januari 2026 aan eiser verzocht of hij aan de rechtbank wil laten weten of hij het eens is met het alsnog genomen besluit en het beroep intrekt, dan wel dat hij uitlegt waarom hij het niet eens is met het alsnog genomen besluit. De rechtbank heeft geen reactie ontvangen. Omdat eiser geen inhoudelijke beroepsgronden heeft ingediend tegen het genomen besluit, is zijn beroep tegen dat besluit ook niet-ontvankelijk.
-
Op het moment dat eiser het beroep niet tijdig indiende, was verweerder in gebreke tijdig te beslissen op het verzoek van eiser. Eiser heeft het beroep dan ook niet ten onrechte ingesteld, waardoor het bij indiending daarvan ontvankelijk was. Verweerder moet dan ook het door eiser betaalde griffierecht van € 194,- vergoeden.
-
Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
-
bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van
mr. D. van Grootel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
de griffier is niet in de gelegenheidte ondertekenen
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.