RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 26/993
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 oktober 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. J.W.A. Arnouts),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. A.P.J. Mijs).
Samenvatting
- Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de Wajong-uitkering van eiseres. Eiseres is het niet eens met de beëindiging. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de beëindiging in stand kan blijven.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak (onder andere) tot het oordeel dat de beëindiging niet in stand kan blijven. Eiseres krijgt op dat punt dus gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. Daarna volgen de standpunten van partijen. Onder 6 staan de wettelijke voorwaarden voor een Wajong-uitkering, die in deze zaak van belang zijn. De redenen voor de beslissing van de rechtbank volgen vanaf 7. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.
Procesverloop
- Met het besluit van 25 november 2024 heeft het UWV aan eiseres met ingang van 2 september 2024 een Wajong-uitkering toegekend. Eiseres was het niet eens met de ingangsdatum van deze uitkering en heeft bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 26 februari 2026, genomen op dat bezwaar, heeft het UWV de Wajong-uitkering met ingang van 27 april 2026 beëindigd.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft hierop gereageerd met een verweerschrift. Eiseres heeft nadere stukken ingediend.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 26 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.
Beoordeling door de rechtbank
Feiten en omstandigheden
- Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1998. Zij heeft al sinds haar tienerjaren een aandoening aan haar linkerschouder met de term neuralgische amyotrofie. Op 23 november 2022 heeft zij het UWV verzocht om haar arbeidsvermogen te beoordelen. Met het besluit van 23 februari 2023 heeft het UWV aan haar meegedeeld dat zij arbeidsvermogen heeft en daarom geen Wajong-uitkering krijgt. Zij heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Dat bezwaar is met het besluit van 20 juli 2023 ongegrond verklaard.
3.1.
Op 2 september 2024 heeft eiseres het UWV opnieuw verzocht om haar arbeidsvermogen te beoordelen. Het UWV heeft medisch onderzoek gedaan. De conclusie daarvan was dat eiseres op medische gronden duurzaam geen arbeidsvermogen had. Daarna heeft het UWV met toepassing van de zogeheten duuraansprakenjurisprudentie het besluit van 25 november 2024 genomen. In de bezwaarfase heeft het UWV opnieuw medisch onderzoek gedaan, en ook arbeidskundig onderzoek. Dat onderzoek heeft geleid tot het bestreden besluit.
Standpunten van partijen
-
Het UWV stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat eiseres wel arbeidsvermogen heeft, anders dan de primaire verzekeringsarts vond. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (B&B) vindt namelijk dat eiseres vier uur per dag kan werken, en ook één uur aaneengesloten. Verder vindt de arbeidsdeskundige B&B dat eiseres de taak ‘telefonisch informatie verstrekken’ kan verrichten en dat zij werknemersvaardigheden heeft.
-
Eiseres is het daar niet mee eens en in de beroepsgronden en op de zitting heeft eiseres uitgelegd waarom niet. Eiseres voert aan dat zij blijvend geen arbeidsvermogen heeft en dat zij vanaf 23 november 2022 recht op een Wajong-uitkering heeft. Zij heeft langdurige en structurele klachten, waaronder ernstige vermoeidheid en pijnklachten. Daardoor is zij niet in staat om één uur aaneengesloten te werken en ook niet om op een dag vier uur te werken. De activiteiten die eiseres nog verricht, zoals bij de dagbesteding en beperkte sociale activiteiten, kunnen niet worden gelijkgesteld met het verrichten van arbeid. Verder voert eiseres aan dat het medisch onderzoek door de verzekeringsarts B&B niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft plaatsgevonden. De verzekeringsarts B&B heeft er onvoldoende mee rekening gehouden dat het spreekuur om half negen ’s ochtends plaatsvond, als eiseres over de meeste energie van de dag beschikt. Eiseres was na het spreekuur uitgeput en heeft de rest van de dag moeten uitrusten. Verder heeft de verzekeringsarts B&B ten onrechte conclusies getrokken uit het gesprek met eiseres, de algemene indruk van eiseres en haar observaties.
5.1.
Eiseres heeft aanvankelijk ook een aantal meer procedurele gronden ingediend, zoals een beroep op reformatio in peius. Op de zitting heeft zij deze gronden laten vallen.
Wanneer heeft een betrokkene (voor zover hier van belang) recht op een Wajong-uitkering?
- Een betrokkene heeft recht op een Wajong-uitkering als hij jonggehandicapte is in de zin van artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong. Een jonggehandicapte is (voor zover hier van belang) de ingezetene die op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) heeft. Een betrokkene heeft geen arbeidsvermogen als hij (a) geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie, (b) niet over basale werknemersvaardigheden beschikt, (c) niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur, of (d) niet ten minste vier uur per dag belastbaar is. Het UWV moet dus beoordelen of een betrokkene voldoet aan (ten minste) een van deze vier genoemde voorwaarden.
Was het onderzoek door de verzekeringsarts B&B onzorgvuldig?
- Naar het oordeel van de rechtbank is het onderzoek zorgvuldig geweest. De verzekeringsarts B&B heeft het dossier bestudeerd en kennis genomen van de bezwaargronden. Verder heeft de verzekeringsarts B&B eiseres gezien op het spreekuur van 1 december 2025. Daarbij is een zeer uitgebreide anamnese afgenomen. Ook heeft de verzekeringsarts B&B verslag gedaan van de algemene indruk van eiseres en het psychisch onderzoek. Ten slotte zijn de conclusies van het onderzoek uitvoerig en helder verwoord. Dat eiseres het niet eens is met deze conclusies is duidelijk, maar dit zegt niets over de zorgvuldigheid van het onderzoek.
De verschillen in visie tussen de primaire verzekeringsarts en de verzekeringsarts B&B
- Partijen verschillen in essentie van mening over de vraag van welk medisch onderzoek de bevindingen de doorslag moet krijgen: die van de primaire verzekeringsarts of die van de verzekeringsarts B&B. Om die reden zal de rechtbank hierna kort samengevat de aanloop naar die medische onderzoeken en de bevindingen daarvan weergeven.
8.1.
Het medisch rapport van 20 februari 2023 ging vooraf aan het besluit van 20 februari 2023. In dit rapport worden de volgende diagnosen gesteld: pijn ter hoogte van de linkerschouder en somatoforme pijnstoornis. Onder het kopje ‘psychisch onderzoek’ wordt vermeld dat er een intensieve pijnbeleving is wat betreft de linkerschouder, die bij lichamelijk onderzoek niet kan worden herleid tot een anatomisch substraat. In dit rapport wordt ook vermeld dat uit de medische rapporten niet blijkt dat op de achttiende verjaardag van eiseres sprake zou zijn geweest van een energetische beperking. Bij het medisch ziektebeeld en de gestelde diagnostiek is volgens de verzekeringsarts een energetische beperking trouwens ook niet aannemelijk. Uit de activiteiten van eiseres in die periode blijkt naar het oordeel van de verzekeringsarts ook dat er geen sprake was van beperkte duurbelastbaarheid. Eiseres volgde toen een opleiding. Daarnaast heeft zij een eigen zaak weten op te starten. Eiseres was op de datum van haar achttiende verjaardag voor minstens vier uur per dag belastbaar en kon ook voor minstens één uur aaneengesloten werken.
8.2.
Met het verzoek van 2 september 2024 heeft eiseres brieven van Radboud universitair medisch centrum (Radboud) ingediend. Hierin wordt als diagnose neuralgische amyotrofie links gesteld. Deze is waarschijnlijk al in 2013 ontstaan. Eiseres heeft volgens deze brieven duurzame klachten zonder uitzicht op verbetering.
8.3.
Aan het besluit van 25 november 2024 is een rapport van 19 november 2024 van de primaire verzekeringsarts voorafgegaan. Deze verzekeringsarts acht de linkerarm in dit rapport zeer beperkt functioneel inzetbaar, maar ook de rechterarm en de rest van haar lichaam kan beperkt dynamische handelingen en statische houdingen handhaven. Deze verzekeringsarts acht verder vanwege de diagnose neuralgische amyotrofie en de daarmee gepaard gaande chronische zenuwpijn een aanvullende urenbeperking op energetische en preventieve gronden aan de orde. Eiseres is niet dagelijks voor minstens vier uur belastbaar.
8.4.
Aan het bestreden besluit is een rapport van 3 december 2025 van de verzekeringsarts B&B vooraf gegaan. Eiseres heeft volgens de verzekeringsarts B&B gedurende de dag wel enkele momenten waarbij eiseres rust neemt en gaat liggen, met name als zij (fysieke) inspanning heeft moeten leveren. Het is aannemelijk dat zij als gevolg van de chronische pijnklachten enige verhoogde recuperatiebehoefte heeft. Een forse beperking in de duurbelastbaarheid is echter niet passend bij de onderliggende medische problematiek. Eiseres wordt voor tenminste vier uur per dag belastbaar geacht. Ook is eiseres in staat om gedurende één uur aaneengesloten (passende) werkzaamheden te kunnen verrichten.
Welke visie geeft de doorslag?
- Voor de rechtbank geeft de visie van de primaire verzekeringsarts de doorslag. Dit legt de rechtbank hieronder uit.
9.1.
Uit de gedingstukken blijken pijnklachten die zeer intens kunnen zijn en haar dagritme aanzienlijk beïnvloeden. Een brief van een kinderneuroloog van 7 november 2018 vermeldt dat de pijnklachten op en af aanwezig zijn: van bijna geen pijn tot vreselijke pijn waarbij eiseres moet gaan liggen. Een brief van 2 mei 2024 van Radboud vermeldt dat de pijnklachten gedurende de dag stijgen van 2-3 tot een piek van 7-8 (op een schaal van 10). Dan helpt alleen liggen, wordt daarna vermeld. Zij gaat geregeld even op de bank liggen. Sinds het gebruik van amitriptyline slaapt zij ’s nachts beter (zonder sliep zij bijna niet). Volgens het in deze brief opgenomen dagverhaal is zij vrijwilliger bij de dagbesteding en bewerkt zij voor haar bedrijfje hout. In haar vrije tijd is zij op zondag coach van een damesvoetbalteam. Volgens het rapport van 19 november 2024 heeft eiseres aan de primaire verzekeringsarts verteld dat de pijn na de dagbesteding of de voetbalwedstrijd een score van 8 heeft en dat zij de rest van de dag dan plat moet. Zij is inmiddels gestopt met haar bedrijfje. Eens per week gaat zij twee uur naar de dagbesteding, ‘daarna moet ze thuis plat om bij te komen.’ Volgens het rapport van 3 december 2025 van de verzekeringsarts B&B krijgt eiseres na het opstaan al snel meer last van pijn. Zij probeert soms even iets in huis te doen, zoals bijvoorbeeld iets afstoffen. Zij gaat gedurende de dag vaak liggen omdat zij dan het minste last van pijn heeft. Soms, als zij erg moe is van een afspraak/activiteit die dag, gaat ze in de middag een half uur rusten/slapen. De vader van eiseres, die ook op het spreekuur aanwezig was, heeft verklaard dat eiseres vanwege haar klachten continu keuzes moet maken in wat zij wel en niet kan doen.
9.2.
Uit het dossier ontstaat voor de rechtbank niet het beeld dat eiseres overdag met regelmaat activiteiten verricht en af en toe haar rust moet nemen, integendeel juist. De rechtbank stelt vast dat eiseres in de praktijk op een dag vanwege de pijnklachten in uiterst beperkte mate activiteiten verricht. Dit blijkt op consistente wijze uit het dossier. Daarom kan de rechtbank de primaire verzekeringsarts volgen in het standpunt dat de chronische zenuwpijn van aanzienlijke invloed is op het energieniveau en dat deze een forse urenbeperking rechtvaardigt, waardoor eiseres niet voor tenminste vier uur per dag belastbaar is. Daaraan doet niet af dat eiseres in 2019 met succes een MBO-opleiding fotografie heeft afgerond. Tegenover de verzekeringsarts B&B heeft eiseres over deze opleiding verklaard dat zij doordeweeks vijf halve dagen naar school ging. Uit het dossier blijkt echter ook dat het onderwijsprogramma in vergaande mate voor eiseres was aangepast en dan nog steeds uiterst belastend voor haar was. Verder heeft geen van de verzekeringsartsen van het UWV zich op het standpunt gesteld dat de belastbaarheid in die tijd (mogelijk) anders was dan tijdens hun onderzoeken in 2023, 2024 en 2025. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de belastbaarheid van eiseres op haar achttiende verjaardag niet anders was dan tijdens die onderzoeken.
9.3.
Uit het voorgaande trekt de rechtbank de conclusie dat eiseres al op haar achttiende verjaardag duurzaam geen arbeidsvermogen had.
9.4.
Gelet op het voorgaande behoeft de stelling van eiseres dat zij niet één uur aaneengesloten kan werken, geen bespreking meer.
Wat zijn de gevolgen voor de uitkering?
- Zoals blijkt uit het verweerschrift, heeft het UWV het verzoek van 2 september 2024 (onder andere) opgevat als een herhaalde aanvraag, waarop met toepassing van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is beslist. Dit betekent dat de bestuursrechter aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden toetst of het bestuursorgaan zich terecht, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn. Als het bestreden besluit die toets doorstaat, kan de bestuursrechter niettemin aan de hand van de beroepsgronden tot het oordeel komen dat het bestreden besluit evident onredelijk is.
10.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts B&B op navolgbare wijze gemotiveerd dat de medische informatie die bij het verzoek van 2 september 2024 was gevoegd, geen ander beeld over de medische situatie geeft dan aan de orde was bij de eerste aanvraag van 23 november 2022. Dat er een nieuwe diagnose is gesteld, is daartoe onvoldoende. Van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden is dus geen sprake. Verder kan niet worden gezegd dat de weigering van het UWV om terug te komen op het besluit van 23 februari 2023 evident onredelijk is. Dat de rechtbank in deze zaak, na weging van alle standpunten en feiten tot de conclusie komt dat het standpunt niet houdbaar is, betekent namelijk nog niet dat dat standpunt evident onjuist is. De beroepsgrond van eiseres dat zij vanaf 23 november 2022 recht op een Wajong-uitkering heeft, slaagt dus niet.
10.2.
Het UWV heeft in het besluit van 25 november 2024 beoordeeld of er aanleiding bestond om voor de toekomst (dat wil zeggen: per 2 september 2024) terug te komen van de eerdere afwijzing. Het UWV heeft hier terecht niet de eis gesteld dat de aanvrager nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden naar voren moet brengen. Gelet op wat hiervoor is overwogen, kan de rechtbank de toekenning van de Wajong-uitkering volgen, omdat eiseres geen arbeidsvermogen heeft. Daaruit volgt ook dat het UWV ten onrechte de Wajong-uitkering met ingang van 27 april 2026 heeft beëindigd.
Conclusie en gevolgen
- Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank zal hiermee volstaan, omdat deze vernietiging betekent dat de beëindiging van de uitkering komt te vervallen. De Wajong-uitkering loopt dus door vanaf 27 april 2026.
11.1.
Omdat het beroep gegrond is moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Deze kosten worden begroot op € 1.868 omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart het beroep gegrond;
-
vernietigt het bestreden besluit van 26 februari 2026;
-
bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 54,- aan eiseres moet vergoeden;
-
veroordeelt het UWV tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Woestenburg, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Bijleveld, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 14 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1.
CRvB 20 december 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4872 en CRvB 27 december 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:5115.