Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 09-236567-22
Datum uitspraak: 30 oktober 2026
Datum zitting: 16 oktober 2026
Tegenspraak zonder aanwezigheid van de verdachte
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres: [adres 1] , [postcode] [woonplaats] ( [land] ).
Advocaat van de verdachte: [persoon A] (niet gemachtigd)
Officier van justitie: mr. E. Verhoeven-Ivankovic
Benadeelde partij: [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]
Advocaat van de benadeelde partij: mr. A. Koopsen
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van diefstal in vereniging met geweld. Samen met één van de medeverdachten heeft hij een ouder en daarmee kwetsbaar echtpaar (71 en 78 jaar) overvallen in hun woning en daarbij grof geweld gebruikt. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren en 6 maanden onvoorwaardelijk met aftrek van voorarrest. De vorderingen benadeelde partij worden volledig toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente.
Leeswijzer
De officier van justitie beschuldigt de verdachte er (samengevat) van dat hij samen met mededader [medeverdachte 1] [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , een ouder en kwetsbaar echtpaar, heeft overvallen in hun woning. Bij deze overal hebben de verdachte en zijn mededader grof geweld gebruikt en zijn onder meer vele kostbare sieraden weggenomen.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1.
De beschuldiging is bewezen. De bewezenverklaring, de motivering daarvan en de bewijsmiddelen staan in hoofdstuk 2.
De feiten en de verdachte zijn strafbaar. Deze beslissingen staan in hoofdstuk 3.
De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 4 jaar en 6 maanden.
In hoofdstuk 4 wordt uitgelegd waarom deze straf wordt opgelegd.
In hoofdstuk 5 staat de beslissing over de voorlopige hechtenis.
De benadeelde partijen hebben een vordering tot schadevergoeding ingediend. De vorderingen worden volledig toegewezen. In hoofdstuk 6 wordt deze beslissing uitgelegd.
In hoofdstuk 7 staan alle beslissingen in het kort.
1Tenlastelegging
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) staat in bijlage 1.
2Bewijs
2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het primair ten laste gelegde feit.
2.2.
Oordeel van de rechtbank
2.2.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte samen en in vereniging met zijn mededader in de woning van de slachtoffers een diefstal met geweld heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.2.3.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
-
Proces-verbaal van de politie, bevindingenOp 20 oktober 2021 vond een woningoverval plaats op [adres 2] te[plaats 1] . Het meldkamergesprek werd opgevraagd bij de Centrale Meldkamer politie Eenheid [plaats 1] . Tijdens dit meldkamergesprek vertelt [slachtoffer 1] dat zij en haar man zijn overvallen en een uur lang zijn vastgebonden. Zij beneden en haar man boven. Zij heeft een opgezet gezicht en de overvallers hebben alles doorzocht.
-
Proces-verbaal van de politie, aangifte
Op 20 oktober 2021 lag ik te rusten op bed, mijn man keek boven televisie. Er stond een vreemde man aan mijn bed. Hij deed zijn hand over mijn mond en zei meerdere keren ‘shut up’. Ik voelde dat de man een vloeistof in mijn gezicht spoot. Ik voelde dat mijn keel begon te kriebelen en ik voelde dat mijn ogen brandden. Ik voelde dat hij mijn armen hardhandig achter mijn rug trok en mij vastbond met tape. Ik voelde dat hij mijn benen ook vastbond. Later merkte ik dat er nog een man was. Die was ongeveer 1.75 meter, normaal postuur, donker gekleed, rode schoenen, donkerbruine ogen, licht getinte huid, hoog voorhoofd, muts met daaronder kort zwart haar, waarvan plukjes onder de muts vandaan kwamen. Ze communiceerden via portofoons in een taal die deed denken aan Russisch. De grote man ging naar boven en de kleine man bleef bij mij. Hij trok mij mee naar de trap. Ik voelde dat hij mij de trap op probeerde te sleuren, maar dit lukt niet. Hij plaatste mij op het bed en ging tegenover mij zitten. Hij vroeg om geld en goud. Ik lag plat op het bed. De man ging op mijn rug zitten en haalde mijn handtas leeg. Daarna ging hij met een lade met daarin mijn gouden sieraden naar boven, en kwam daarna weer terug. De grote man was steeds boven bij mijn man. Ik hoorde hem steeds ‘au’ roepen en zich verweren, ook via de portofoon die de kleine man bij zich had. Mijn man is naar het ziekenhuis gebracht, daar bleek dat hij een gebroken oogkas, een gebroken neus en veel kneuzingen op zijn armen en in zijn gezicht had. Ook moest zijn bovenlip worden gehecht.
- Proces-verbaal van de politie, aanvullend verhoor aangeefster
Van een deel van de weggenomen sieraden heb ik kwitanties gevonden. De waarde van deze gestolen sieraden is € 24.500,- euro. Ik heb een berekening gemaakt van de sieraden welke zijn weggenomen waarvan ik geen kwitanties heb. Dit is ongeveer € 7.200,- euro. Het gaat om erfstukken en sieraden die ouder zijn dan 50 jaar.
- Proces-verbaal van de politie, bevindingen
Op 20 oktober 2021 kreeg ik de melding om te gaan naar [adres 2] in [plaats 1] . Op de tweede etage zag ik een mag op de grond liggen. Ik zag dat zijn gezicht bedekt was met bloed. Ik zag dat om het gezicht ter hoogte van de mond en door de mond van de man ducttape was gewikkeld en dat zijn mond vol met bloed zat. Ik zag
dat de handen van de man boven zijn buik aan elkaar waren vastgebonden door middel van ducttape en een tiewrap. Ik zag dat de benen van de man ter hoogte van de kuiten aan elkaar waren vastgebonden door middel van ducttape en een tiewrap. Ik zag dat er over de kleding van de man een vloeistof lag en rook een scherpe geur. Op de grond zag ik blauwe vloeistof liggen en naast het slachtoffer een fles Cif schoonmaakmiddel en een flesje waarop staat ‘alcohol’. Ik zag dat de lip van de man was ingescheurd en hier veel bloed uitkwam. Toen ik de ducttape en tiewrap bij de handen van de man wegknipte, zag ik dat er ook een kabel om zijn polsen was gewikkeld en dat deze kabel ook om zijn benen en nek was gewikkeld.
- Proces-verbaal van de politie, bevindingen
Op 20 oktober 2021 kreeg ik het verzoek van een collega om te helpen in de woning aan [adres 2] te [plaats 1] , waar nog een slachtoffer lag vastgebonden naar later bleek [slachtoffer 2] . Ik zag dat het slachtoffer op de tweede etage op zijn rug lag vastgebonden. Ik zag dat zijn gezicht volledig onder het bloed zat en zijn ogen opgezwollen waren. Ik zag dat de handen van het slachtoffer waren vastgebonden met tiewraps, ducttape en stroomkabels en dat de hand van het slachtoffer helemaal wit uitgeslagen was door iets van een vloeistof wat over het slachtoffer heen gegoten leek. Ik ben vervolgens naar de eerste etage gegaan en daar trof ik in de kamer waar de vrouw was vastgebonden ducttape en tiewraps aan.
- Proces-verbaal van de politie, bevindingen
Uit onderzoeksgegevens blijkt dat telefoonnummers + [telefoonnummer 1] en + [telefoonnummer 2]
ten tijde van de woningoverval op 20 oktober 2021 basisstations bereiken waarbij de plaats delict, [adres 2] te [plaats 1] , binnen het theoretisch bereik van deze basisstations is gelegen. Tevens zijn er verkeersgegevens geregistreerd tussen telefoonnummer + [telefoonnummer 1] en telefoonnummer + [telefoonnummer 3] waaruit een connectie blijkt met [medeverdachte 2] , de huishoudelijke hulp van de slachtoffers van de gepleegde woningoverval aan [adres 2] .
- Proces-verbaal van de politie, bevindingen
Het telefoonnummer + [telefoonnummer 2] staat geregistreerd op naam van [verdachte] en het telefoonnummer + [telefoonnummer 4] op naam van [medeverdachte 1] .
- Proces-verbaal van de politie, verhoor getuige [getuige]
Ik had een relatie met [verdachte] . Ik ben op 20 oktober 2021 met hem in een Audi naar Nederland gereden. Ik ken ook [medeverdachte 1] . Dat is een collega van [verdachte] . Ik heb hem wel eens eerder in [plaats 2] gezien, maar ook in Nederland op 20 oktober 2021. [medeverdachte 1] wachtte op [verdachte] op een parkeerplaats en toen zijn ze samen ‘s avonds weggegaan, ik weet nog dat het donker was. [medeverdachte 1] is later met ons mee teruggereden naar Nederland
- Proces-verbaal van de politie, verhoor medeverdachte [medeverdachte 2]
Mijn auto was meegenomen door [medeverdachte 1] . Hij zei dat ik hem kon terugkrijgen als ik hem informatie gaf over huis waar ik schoonmaakte, [adres 2] . Dat heb ik gedaan: ik heb hem foto’s gestuurd. Van de sierraden en van de voor- en achterzijde van de woning. Hij heeft ook daar ingebroken. Dat deed hij vaker, door heel Nederland.
Ik heb de voorafgaand aan de inbraak [medeverdachte 1] gezien op parkeerterrein voor de Dirk/Digros in de buurt van mijn huis in [plaats 3] . Hij was met [voornaam verdachte] en een andere man. Ik weet niet of zijn achternaam [achternaam verdachte] is, die achternaam ken ik niet. [voornaam verdachte] is een half hoofd groter dan ik ben, heeft donker haar. Ik heb ze op de dag van de overval ook gesproken via de telefoon. Zij vertelde dat ze een inbraak gingen plegen op dat adres, dat hij alleen daarvoor was gekomen.
- Proces-verbaal van de politie, verhoor medeverdachte [medeverdachte 1]
Ik heb in Polen verschillende misdrijven gepleegd. Ik houd mij al 15 jaar uitsluitend bezig met inbraken. (…) Wel heb ik mensen van hun vrijheid beroofd door handboeien om te doen. We pakten dan het geld in de sieraden en deden de handboeien daarna weer af. Ik ben samen met [verdachte] en zijn vriendin vanuit Polen naar Nederland gereden.
- Proces-verbaal van de politie, aanvullend verhoor aangeefster[slachtoffer 1] verklaart dat zij aanwezig was tijdens de pro forma zitting van 13 juli 2023 en op ongeveer 6 meter afstand van de verdachte zat. [slachtoffer 1] heeft de verdachte [verdachte] direct herkend als de kleine man die tijdens de overval bij haar in haar slaapkamer was. Zij herkende hem aan zijn ogen, de vorm van zijn gezicht, zijn haar dat tijdens de overval onder zijn muts vandaan kwam, zijn postuur en lengte en zijn huidskleur.
2.2.2.
Bewijsmotivering
Uit de verklaring van [medeverdachte 2] , de huishoudelijke hulp van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , blijkt dat [medeverdachte 1] van haar foto’s en informatie heeft ontvangen over de voor- en achterzijde van de woning aan [adres 2] , over goederen in de woning en over de bewoners. Daarnaast volgt uit de verklaring van [medeverdachte 2] dat [medeverdachte 1] daar heeft ingebroken en die dag samen met de verdachte was. De telefoons van de verdachte en zijn mededader [medeverdachte 1] stralen op 20 oktober 2021 gedurende de diefstal een zendmast in de buurt van [adres 2] aan.
De verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank (voorwaardelijk) opzet gehad op het gebruik van geweld tijdens de diefstal. De verdachten zijn bij binnenkomst direct gewelddadig. Uit de verklaring van [slachtoffer 1] blijkt dat zij voordat de diefstal plaatsvindt wordt vastgebonden met ducttape en tiewraps en met een bijtende vloeistof in het gezicht wordt gespoten. De verdachten hadden dat kennelijk allemaal bij zich en zijn de woning binnengetreden met het vooropgezette plan om – indien nodig – geweld te gebruiken om de diefstal gemakkelijker te maken. Uit de verklaringen van [slachtoffer 1] volgt dat het de verdachte was die bij haar in de kamer was, zodat het [medeverdachte 1] moet zijn geweest die boven bij [slachtoffer 2] was. Aangeefster verklaart dat zij (door de portofoon) haar man meermaals ‘au’ hoort roepen, zodat verdachte ook moet hebben gehoord dat [slachtoffer 2] boven werd mishandeld door [medeverdachte 1] . Bovendien volgt uit de verklaring van aangeefster dat de verdachte tussendoor naar boven is gelopen met een lade vol sieraden. Het voorgaande maakt dat het niet anders kan, dan dat de verdachte wist wat zich boven afspeelde en dat zijn mededader geweld gebruikte tegen [slachtoffer 2] . Dit alles duidt erop dat de verdachte en zijn mededader de gewelddadige beroving tezamen en in vereniging hebben gepleegd.
2.2.3.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
primair
hij op 20 oktober 2021 te [plaats 1] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander, meerdere sieraden en erfstukken,
die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] toebehoorden
heeft weggenomen uit de woning aan [adres 2]
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken door:
-
een hand op de mond van die [slachtoffer 1] te leggen en
-
een branderige en/of irriterende vloeistof in het gezicht van die [slachtoffer 1] te spuiten en
-
die [slachtoffer 1] met kracht te duwen en te trekken en
-
de handen en benen van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met kracht met tiewraps en tape vast te binden en
-
meermalen in het gezicht, op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] (al dan niet met een voorwerp) te slaan en/of stompen,
terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken neus en een gebroken oogkas van die [slachtoffer 2] , ten gevolge heeft gehad.
3Kwalificatie en strafbaarheid
3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit werd begaan door twee of meer verenigde personen, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4Straf
4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaren en 6 maanden met aftrek van de tijd dat de verdachte in voorlopig hechtenis heeft doorgebracht.
4.2.
Oordeel van de rechtbank
4.2.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft samen met zijn mededader een brute woningoverval gepleegd. Zijn mededader heeft vooraf foto’s en informatie over de woning, de daarin aanwezig waardevolle goederen en over de bewoners gekregen van de huishoudelijke hulp van de bewoners. De verdachte en zijn mededader zijn vanuit Polen naar Nederland gereden om deze overval te plegen. Bovendien wist de verdachte dat de bewoners ten tijde van de inbraak thuis zouden kunnen zijn en dat het om een ouder en kwetsbaar echtpaar ging. Dat heeft de verdachte en zijn mededader er niet van weerhouden de bewoners wederrechtelijk van hun vrijheid te beroven door hun handen en voeten vast te binden met ducttape en tiewraps en grof geweld tegen hen te gebruiken. Dit is een zeer ernstig feit dat grote impact maakt op de slachtoffers en gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt in de samenleving.
4.2.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 16 september 2026 blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.
4.2.3.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit kan de rechtbank niet anders dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank houdt in strafverzwarende zin rekening met de belangrijke rol van de verdachte bij het bewezenverklaarde feit, het grove geweld dat de verdachte en zijn mededader daarbij hebben gebruikt, de aanzienlijke materiële schade en de grote impact die het bewezenverklaarde feit heeft gehad en bovendien nog steeds heeft op de kwetsbare slachtoffers. Dit is op indringende wijze naar voren gekomen uit de slachtofferverklaring die [slachtoffer 1] tijdens de zitting heeft voorgelezen. In beginsel zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 jaar op zijn plaats zijn. Omdat de redelijke termijn voor berechting, bedoeld in artikel 6 van het EVRM, flink is overschreden, komt de rechtbank uit op een gevangenisstraf van 4 jaar en 6 maanden.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
5Voorlopige hechtenis
De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 9 oktober 2023 geschorst tot aan de einduitspraak in eerst aanleg.
De officier van justitie heeft verzocht de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen. De rechtbank wijst dat verzoek toe. Er zijn aanzienlijke strafvorderlijke belangen die pleiten voor opheffing van de schorsing: de ernst van de feiten waarvoor de verdachte wordt veroordeeld en het gebleken vluchtgevaar. Immers, de verdachte is in strijd met de schorsingsvoorwaarden niet verschenen bij de inhoudelijke behandeling van de strafzaak en houdt zich waarschijnlijk op in Polen. Mede daarom is de rechtbank niet gebleken van zwaarwegende persoonlijke belangen die maken dat de schorsing van de voorlopige hechtenis moet voortduren.
6Vordering van de benadeelde partijen
6.1.
Vordering [benadeelde partij 1]
[slachtoffer 1] heeft als benadeelde partij € 50.536,77 als vergoeding voor materiële schade en € 7.500,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 58.036,77, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
6.3.1.
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. De verdediging heeft de vordering niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering wordt daarom toegewezen. Dit betekent dat de verdachte € 50.536,77 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
6.3.2.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De aard en ernst van de normschending brengen mee dat aangenomen kan worden dat de benadeelde partij op andere wijze in haar persoon aangetast. Dit volgt ook uit de slachtofferverklaring die de benadeelde partij op zitting is voorgedragen. De verdachte had bovendien het oogmerk om immaterieel nadeel toe te brengen aan de benadeelde partij, door zeer gewelddadig te handelen voor en tijdens de diefstal. Bij de benadeelde partij is een posttraumatische stressstoornis vastgesteld, waarvoor zij onder andere EMDR-therapie heeft gekregen.
Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 7.500,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt en de leeftijd van de benadeelde partij. Verder is bij de begroting rekening gehouden met de Rotterdamse schaal. Meer specifiek heeft de rechtbank hoofdstuk 19.1(a) in combinatie met hoofdstuk 14.2(c) in aanmerking genomen. Daarbij weegt de rechtbank de kwetsbaarheid van en de psychische gevolgen voor de benadeelde partij zwaar mee. Ook is rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 7.500,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
6.3.3.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met een mededader gepleegd. Zij zijn daarom beide hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededader de schadevergoeding (voor een deel) heeft betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
6.3.4.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 20 oktober 2021.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 365 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
6.4.
Vordering [benadeelde partij 2]
[slachtoffer 2] heeft als benadeelde partij € 10.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
6.5.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 10.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade.
6.6.
Oordeel van de rechtbank
6.6.1.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen, waaronder een gebroken neus en een gebroken oogkas. Daarnaast is de benadeelde partij op andere wijze in zijn persoon aangetast. De psychische impact is vanwege dementie extra hevig. Dit blijkt niet alleen uit de brief van de neuropsycholoog van de benadeelde partij, maar ook uit de slachtofferverklaring van zijn partner, [slachtoffer 1] . De verdachte had bovendien het oogmerk om immaterieel nadeel toe te brengen aan de benadeelde partij, door zeer gewelddadig te handelen voor en tijdens de diefstal.
Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 10.000,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt, de aard en ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit), de verwachting over het herstel en de leeftijd van de benadeelde partij. Verder is bij de begroting rekening gehouden met de Rotterdamse schaal. Meer specifiek heeft de rechtbank hoofdstuk 19.1(a) in aanmerking genomen. Daarbij weegt de rechtbank de leeftijd en de kwetsbaarheid van het slachtoffer mee, de ernstige verwondingen en de psychische gevolgen die hij heeft opgelopen. Ook is rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 10.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
6.6.2.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met een mededader gepleegd. Zij zijn daarom beide hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededader de schadevergoeding (voor een deel) heeft betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
6.6.3.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 20 oktober 2021.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 100 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
7Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 36f, 47 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
8Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorlopige hechtenis
heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte;
Vorderingen benadeelde partijen
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] , te betalen een bedrag van € 58.036,77, bestaande uit € 50.036,77 als vergoeding van materiële schade en € 7.500 als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 20 oktober 2021 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] aan de staat € 58.036,77 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2021 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 365 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] , te betalen een bedrag van € 10.000,- immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 20 oktober 2021 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] aan de staat € 10.000,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2021 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 100 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.
9Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.C. Oord, voorzitter,
en mrs. E.M. Havik en T.J. Roest Crollius, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.J. den Hollander, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 30 oktober 2026.
Mr. T.J. Roest Crollius is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage 1 – volledige tenlastelegging
hij op of omstreeks 20 oktober 2021 te [plaats 1] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meerdere sieraden en/of erfstukken,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
heeft weggenomen uit de woning aan [adres 2]
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
-
een hand op de mond van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te leggen en/of
-
een branderige en/of irriterende vloeistof in het gezicht van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te spuiten en/of
-
die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] met kracht te duwen en/of te trekken en/of
-
de handen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (met kracht) op de rug te plaatsen en/of de handen en/of benen (met tie-rips en/of tape) vast te binden en/of
-
meermalen, althans eenmaal, in het gezicht, op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (al dan niet met een voorwerp) te slaan, stompen en/of schoppen,
terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken neus en/of een gebroken oogkas van die [slachtoffer 2] , ten gevolge heeft gehad;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of één of meer onbekend gebleven persoon/personen op of omstreeks 20 oktober 2021 te [plaats 1] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, sieraden en/of erfstukken,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan die verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , te weten door:
-
een hand op de mond van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te leggen en/of
-
een branderige en/of irriterende vloeistof in het gezicht van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te spuiten en/of
-
die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] met kracht te duwen en/of te trekken en/of
-
de handen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (met kracht) op de rug te plaatsen en/of de handen en/of benen (met tie-rips en/of tape) vast te binden en/of
-
meermalen, althans eenmaal, in het gezicht, op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (al dan niet met een voorwerp) te slaan, stompen en/of schoppen,
terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken neus en/of een gebroken oogkas van die [slachtoffer 2] , ten gevolge heeft gehad,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 20 oktober 2021 te [plaats 1] en/of [plaats 3] , althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door:
-
die [medeverdachte 1] en/of één of meer andere onbekend gebleven persoon/personen naar/nabij de plaats des misdrijfs te brengen in een personenauto en/of
-
de situatie op en/of in de buurt van [straat] te verkennen en/of aldaar op de uitkijk te staan en/of te wachten op die [medeverdachte 1] en/of één of meer andere onbekend gebleven persoon/personen.
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het einddossier [dossiernaam] met onderzoeksnummer [nummer] .
pagina 76 e.v. van het proces-verbaalnummer 40 en pagina 50 e.v. van het proces-verbaalnummer 19.
pagina 72 e.v. van het proces-verbaalnummer 13.
pagina 72 e.v. van het proces-verbaalnummer 13.
pagina 38 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 1] .
pagina 26 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2] .
pagina 302 e.v. van het proces-verbaalnummer 46.
pagina 345 e.v. van het proces-verbaalnummer 151.
pagina 997 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 3] .
pagina 1017 e.v. van het proces-verbaalnummer 252.
pagina 1491 e.v. van het proces-verbaalnummer 263.
pagina 1482-1484 1100 van het proces-verbaalnummer 262.