RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats: Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/215 Wajong
uitspraak van 14 oktober 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
(gemachtigde: mr. L.L. Ross),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Eindhoven), verweerder.
Samenvatting
- Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers aanvraag om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Eiser is het niet eens met deze afwijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht heeft geweigerd een Wajong-uitkering toe te kennen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV op goede gronden heeft geweigerd een Wajong-uitkering toe te kennen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
1.2
Onder 2 staan de feiten en omstandigheden die van belang zijn. Onder 3 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 4 en 5 staan het wettelijk kader en de grondslag van het bestreden besluit. Onder 6 en 7 volgt een weergave van het medisch en arbeidskundig onderzoek. Onder 8 en 9 staan de standpunten van eiser en het UWV. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 10. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.
Feiten en omstandigheden
- Eiser heeft op 25 augustus 2023 een aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering.
Na een medisch en arbeidskundig onderzoek heeft het UWV met het besluit van 25 oktober 2023 geweigerd om een Wajong-uitkering toe te kennen.
2.1
Op 12 januari 2024 heeft eiser opnieuw een Wajong-aanvraag ingediend. Met het besluit van 29 augustus 2024 is deze aanvraag afgewezen. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
2.2
Met het bestreden besluit van 8 december 2025 op het bezwaar van eiser is, na een inhoudelijke beoordeling, het UWV bij de weigering een Wajong-uitkering toe te kennen, gebleven.
Procesverloop
- Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3.1
Het UWV heeft een verweerschrift ingediend.
3.2
De rechtbank heeft het beroep op 8 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, eiser en zijn begeleider mevrouw [persoon] . Namens het UWV heeft [gemachtigde] deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
Wettelijk kader
- De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Grondslag van het bestreden besluit
- Aan het bestreden besluit ligt een medisch en een arbeidskundig onderzoek ten grondslag.
Medisch onderzoek
6. De primaire verzekeringsarts heeft gerapporteerd dat bij eiser sprake is van adhd. Tijdens de schoolperiode zijn er stemmingsklachten ontstaan die ook op het 18e jaar al aanwezig waren. Sinds die tijd heeft eiser ook paniekaanvallen. De adhd en de stemmingsklachten zijn onbehandeld gebleven en de klachten van eiser zijn in de loop van de tijd erger geworden. In augustus 2023 is eiser naar de huisarts gegaan en is hij doorverwezen naar een psycholoog en is er gestart met medicatie. De verzekeringsarts heeft gerapporteerd dat eiser op het 18e jaar en de 5 jaar daarna minimaal 4 uur per dag belastbaar was. De verzekeringsarts heeft beperkingen aangenomen voor het functioneren op het mentale gebied. Het gaat daarbij met name om problemen met het structureren en het omgaan met stress.
6.1
De verzekeringsarts b&b heeft op 7 oktober 2025 gerapporteerd dat het onderzoek van de primaire verzekeringsarts procedureel en inhoudelijk juist is geweest. Er is bij eiser sprake van adhd en dat was ook al op zijn 18e jaar aanwezig. De verzekeringsarts b&b kan zich vinden in het oordeel van de primaire verzekeringsarts dat niet gebleken is dat eiser in de periode 13 juni 2014 tot 13 juni 2019 geen arbeidsvermogen heeft. Er is geen indicatie voor het aannemen van een urenbeperking. Ook vindt de verzekeringsarts b&b dat eiser in staat is één uur aaneengesloten te werken, dat hij een taak kan verrichten en dat hij basale werknemersvaardigheden heeft.
6.1
De verzekeringsarts b&b volgt de verzekeringsarts in zijn oordeel dat eiser beperkt is voor structureren en omgaan met stress en andere mentale eisen. Aanvullend stelt de verzekeringsarts b&b ook een beperking voor het ontwikkelen van (complexe) vaardigheden.
Arbeidskundig onderzoek
- De primaire arbeidsdeskundige heeft geoordeeld dat eiser basale werknemersvaardigheden heeft en dat eiser een taak kan verrichten. Daarbij heeft hij wel aangegeven dat de werkomgeving aan bepaalde eisen moet voldoen, zoals extra ondersteuning bij spanning en overvraging. De arbeidsdeskundige b&b heeft gerapporteerd dat er geen reden is om af te wijken van dit oordeel. Dat eiser bij [bedrijf] en andere werkplekken niet in staat is geweest om langdurig goed te kunnen functioneren komt omdat geen van deze werkplekken voldeed aan de voorwaarden voor het functioneren in werk en werkomgeving zoals door de arbeidsdeskundige is benoemd. Uit wat eiser heeft verteld tijdens de hoorzitting blijkt dat hij op geen van de plekken waar hij heeft gewerkt in zijn eigen werktempo heeft kunnen werken en dat hij geen begeleider had met wie hij een vertrouwensband heeft kunnen opbouwen. Dat het eiser niet gelukt is om de taken in de praktijk te kunnen vervullen, betekent dus niet dat de geduide taken niet passend zijn. In die werkzaamheden was immers niet voldaan aan de voorwaarden voor werk en werkomgeving. Als eiser de taken in zijn eigen tempo kan uitvoeren, er ruimte is bij oplopende spanningen een pauze te nemen en er de juiste begeleiding wordt gegeven, zijn de geduide taken passend voor eiser.
Standpunt eiser
- Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Eiser heeft gesteld dat hij niet structureel 4 uur per dag kan werken en dat hij geen taak kan uitvoeren. De stelling van het UWV dat hij dit in passend werk wel zou moeten kunnen, zien de behandelaars niet terug en ook eiser ervaart dat niet zo. Hij heeft jaren op zijn tenen moeten lopen en heeft in de schoolperiode en tijdens werk te veel van zichzelf gevraagd. Eiser is van mening dat er zowel om energetische als preventieve redenen een urenbeperking aangenomen moet worden. Dit volgt uit de praktijk en eiser zal dit nog proberen medisch te onderbouwen.
8.1
Met betrekking tot het verrichten van een taak heeft eiser gesteld dat hij niet in staat is om langdurig taken uit te voeren. De weerbarstige werkpraktijk heeft aangetoond dat eiser helemaal niet in staat is te werken. Verder heeft eiser aangevoerd dat de geduide taken niet mogelijk zijn. Deze taken zijn veel te moeilijk voor hem. Hij heeft de taak ‘scannen’ en ‘administratie invoeren’ gedaan maar dat ging veelvuldig verkeerd. Eiser heeft gesteld op zich wel te kunnen scannen, maar dat hij die gegevens niet op de juiste manier kan verwerken. Eiser heeft verder aangevoerd dat de arbeidsdeskundige niet is ingegaan op zijn stelling dat hij niet in staat is zorgvuldig te werken. Verder heeft eiser nog gesteld dat er sprake is van een heel grote zorgbehoefte. Eiser heeft verzocht om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente.
8.2
Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft eiser (medische) informatie, een ondersteuningsplan en een rapport van [gedragswetenschapper] van de Regionale Instelling voor Beschermd Wonen (RIBW) overgelegd
Standpunt UWV
- Het UWV heeft zich op het standpunt gesteld dat eisers stelling dat hij geen 4 uur per dag kan werken, niet wordt onderbouwd met medische gegevens. De door eiser ingebrachte medische informatie heeft geen betrekking op het 18e tot en met het 23e levensjaar. Ter onderbouwing hiervan heeft het UWV een aanvullende rapportage van de verzekeringsarts b&b van 1 juli 2026 overgelegd. Daarin heeft de verzekeringsarts b&b aanvullend gerapporteerd dat uit de stukken geen indicatie blijkt voor het aannemen van een urenbeperking. Ook zijn de concentratieproblemen niet zodanig dat eiser niet één uur aaneengesloten kan werken. Het ondersteuningsprofiel bevat geen informatie die niet al bekend was in bezwaar en de brief van de [gedragswetenschapper] bevestigt de reeds bekende gegevens. Hieruit blijkt ook niet dat eiser geen taak kan uitvoeren. Uit de overgelegde informatie blijkt verder niet dat er sprake is van een dusdanige begeleidingsbehoefte dat op basis hiervan geen arbeidsvermogen kan worden aangenomen. Hoewel eiser beschermd woont is er geen sprake van continu toezicht of begeleiding. Hij onderneemt diverse taken alleen en heeft vooral bij nieuwe, spannende of ingewikkelde taken begeleiding nodig. Dit staat een taak uitvoeren niet in de weg.
Overwegingen rechtbank
- De rechtbank stelt vast dat de te beoordelen datum in dit geding de 18e verjaardag van eiser is.
10.1
Omdat eiser zijn aanvraag voor een Wajong-uitkering geruime tijd na zijn 18e verjaardag heeft ingediend, is sprake van een laattijdige aanvraag. In dat geval moet het UWV ook onderzoeken of eiser binnen (de reeds verstreken periode van) vijf jaar na zijn 18e verjaardag alsnog jonggehandicapte is geworden. Volgens vaste rechtspraak draagt de aanvrager in geval van een laattijdige aanvraag de bewijslast om met objectieve medische gegevens aannemelijk te maken dat hij op 18-jarige leeftijd en vijf jaar daarna voldeed aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een Wajong-uitkering, omdat het medisch beeld met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker is vast te stellen.
10.2
Recht op een Wajong-uitkering ontstaat pas indien de betrokkene duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) heeft.
Het UWV moet daarom eerst beoordelen of eiser voldoet aan tenminste een van de volgende voorwaarden:
-
eiser kan geen taak uitvoeren in een arbeidsorganisatie
-
eiser beschikt niet over basale werknemersvaardigheden
-
eiser kan niet een uur aangesloten werken
-
eiser is niet tenminste vier uur per dag belastbaar (dan wel twee uur per dag belastbaar en in staat het minimumloon te verdienen).
Wordt aan tenminste een van de hiervoor genoemde voorwaarden voldaan dan ontbreekt arbeidsvermogen. Vervolgens moet het UWV dan beoordelen of deze situatie duurzaam is.
10.3
Bij de beoordeling maakt het UWV gebruik van de Sociaal Medische Beoordeling Arbeidsvermogen (SMBA)-systematiek. Bij deze beoordeling staat de ‘International Classification of Functioning, Disability and Health’ centraal. Voor het toepassen van de SMBA-systematiek heeft het UWV het ‘Compendium Participatiewet’ vastgesteld.
Wat is in geschil?
10.4
Niet in geschil is dat eiser één uur aaneengesloten kan werken en dat hij basale werknemersvaardigheden heeft. Partijen zijn uitsluitend verdeeld over de vraag of eiser vier uur per dag belastbaar is en of hij een taak kan verrichten. Voordat de rechtbank aan de inhoudelijke beoordeling toekomt, wil zij het volgende benadrukken. Gelet op de dossierstukken en wat besproken is ter zitting twijfelt de rechtbank er niet aan dat de beperkingen van eiser hem op dit moment ernstig belemmeren in zijn functioneren. Uit de stukken blijkt ook dat zijn medische situatie sinds 2022 is verslechterd. Dit wordt overigens ook niet ontkend door het UWV. De ter zitting door eisers begeleider naar voren gebrachte stelling dat de kwetsbaarheid van eiser groot is, dat hij veel begeleiding en activering nodig heeft en dat de angsten en onzekerheid vaak de boventoon voeren, komt de rechtbank geloofwaardig over. Bij de beoordeling van het bestreden besluit kan de rechtbank de huidige situatie van eiser echter niet meenemen. Zoals uit punt 10.1 blijkt, heeft het UWV moeten beoordelen of eiser in de periode 13 juni 2014 tot 13 juni 2019 arbeidsvermogen heeft gehad. De verslechtering van zijn medische situatie valt buiten deze periode. Zonder afbreuk te willen doen aan de impact van eisers beperkingen op zijn huidige dagelijks leven, kan de rechtbank deze beperkingen dus niet meenemen. Bij de verdere beoordeling zal de rechtbank daarom alleen die medische gegevens kunnen meenemen die betrekking hebben op de periode 13 juni 2014 tot 13 juni 2019.
Is eiser vier uur per dag belastbaar?
10.5
Het gaat hierbij om de vraag of eiser in totaal vier uur per dag belastbaar is. Dat hoeft niet aaneengesloten te zijn. De verzekeringsarts moet hierbij beoordelen of binnen de 24-uurscyclus een zodanige recuperatie mogelijk is dat eiser in totaal vier uur belastbaar is.
10.6
Uit de rapportage van de verzekeringsarts b&b blijkt dat hij op de hoogte was van de klachten van eiser, waaronder de stemmings- en paniekklachten en dat hij deze klachten ook heeft betrokken bij zijn beoordeling. Ook de beperkingen die voortvloeien uit adhd zijn kenbaar door de verzekeringsarts b&b meegenomen in zijn beoordeling. In de aanvullende rapportage van 1 september 2026 heeft de verzekeringsarts b&b nog toegelicht dat de beperking die eiser heeft bij het structuren van zaken, zich met name voordoet op gebieden die zijn interesse niet hebben. Structureren is echter wel mogelijk als hij daarbij begeleiding krijgt.
10.7
De rechtbank is van oordeel dat het UWV toereikend heeft gemotiveerd dat eiser, rekening houdend met zijn beperkingen, in staat is om vier uur per dag belastbaar is. Daarbij heeft de rechtbank onder andere betrokken dat eiser gedurende deze periode in staat is geweest om een opleiding af te ronden en te werken. De ter zitting naar voren gebrachte stelling van eiser dat zijn huidige medische situatie het gevolg is van de overvraging tijdens scholing en het werk, is niet nader onderbouwd met medische stukken. Er zijn verder ook geen medische stukken door eiser overgelegd die betrekking hebben op de beoordelingsperiode. De rechtbank heeft dan ook geen reden om te twijfelen aan het oordeel van de verzekeringsarts b&b. Bij de verdere beoordeling gaat de rechtbank er dan ook van uit dat eiser in de periode 13 juni 2014 tot 13 juni 2019 vier uur per dag belastbaar was.
Kan eiser een taak verrichten?
- De arbeidsdeskundige b&b heeft de taken ‘scannen’ en ‘invoeren van gegevens’ geschikt geacht voor eiser. Daarbij heeft de arbeidsdeskundige b&b toegelicht dat de omstandigheden waaronder eiser eerder werkzaamheden heeft verricht niet passend waren, zodat uit die werkervaringen niet de conclusie kan worden getrokken dat eiser deze taken niet zou kunnen uitvoeren. De rechtbank kan deze motivering volgen. Uit de rapportage van de arbeidsdeskundige b&b blijkt dat het arbeidsverleden en eisers functioneren in arbeid uitgebreid besproken is tijdens de hoorzitting. Zonder nadere informatie van bijvoorbeeld de ex-werkgever bestaat er geen aanleiding te twijfelen aan het oordeel van de arbeidsdeskundige b&b dat de door eiser feitelijk verrichtte werkzaamheden niet passend waren. Verder merkt de rechtbank nog op dat eiser niet beperkt wordt geacht voor zorgvuldig werken, zodat de arbeidsdeskundige b&b daaromtrent ook geen nadere motivering heeft hoeven te geven. Eiser wordt dan ook niet gevolgd in zijn stelling dat er sprake is van een zorgvuldigheids- of motiveringsgebrek.
11.1
Ter zitting heeft eiser nog opgemerkt dat in de functiebeschrijving bij de taak ‘scannen’ niet staat dat er begeleiding moet zijn en dat niet onderbouwd is dat de taak interessant moet zijn. Deze opmerking berust deels op een verkeerde lezing van de rapportage van de verzekeringsarts b&b van 1 september 2026. Uit die rapportage volgt immers niet dat de taak interessant moet zijn, maar dat als eiser de taak niet interessant vindt, hij begeleiding nodig heeft bij het aanbrengen van structuur. Dat in de taakbeschrijving niet staat dat er begeleiding is bij de taak, is logisch omdat het bij die beschrijving alleen gaat om het verrichten van de taak. Het is vervolgens aan de arbeidsdeskundige om de noodzaak van begeleiding bij het verrichten van die taak aan te geven. Zoals door de primaire arbeidsdeskundige al is opgemerkt, kan begeleiding plaatsvinden door een werkbegeleider, leidinggevende of jobcoach. Het is verder vaste rechtspraak dat een begeleidingsbehoefte, zelfs als die behoefte zo intensief is dat die alleen in een beschutte werkomgeving kan worden gerealiseerd, niet aan het aannemen van arbeidsvermogen in de weg staat.. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat eiser in staat is een taak te verrichten.
Conclusie en gevolgen
- Uit alles wat hiervoor is overwogen, volgt dat eiser arbeidsvermogen had in de periode 13 juni 2014 tot 13 juni 2019. Dat betekent dat het UWV op goede gronden heeft geweigerd een Wajong-uitkering toe te kennen. Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard. Dat betekent dat er voor eiser niets verandert.
Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard krijgt eiser geen proceskostenvergoeding en geen schadevergoeding. Ook krijgt eiser het griffierecht niet vergoed.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van Alphen, rechter, in aanwezigheid van
A.J.M. van Hees, griffier, op 14 oktober 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Bijlage wettelijk kader
Wajong
Artikel 1a:1, eerste lid
Jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen is de ingezetene die:
op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft;
na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en in het jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop dit is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was.
Artikel 1a:1, tweede lid
De ingezetene die op de dag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, beperkingen ondervindt als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling, maar op grond van het eerste lid niet aangemerkt wordt als jonggehandicapte, wordt alsnog jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, indien hij binnen vijf jaar na die dag duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, indien dit voortkomt uit dezelfde oorzaak als die op grond waarvan hij beperkingen als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling ondervond, op de dag, bedoeld in onderdeel a of b.
Artikel 1a:1, achtste lid
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste, vierde en zesde lid nadere regels worden gesteld. Bedoelde algemene maatregel van bestuur is het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (het Schattingsbesluit).
Schattingsbesluit
Artikel 1a, eerste lid
Betrokkene heeft geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, en 3:8a, eerste lid, van de Wajong, indien hij:
geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;
niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.
Artikel 1a, tweede lid
Een taak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is de kleinste eenheid van een functie en bestaat uit één of meerdere handelingen.
ECLI:NL:CRVB:2020:578
ECLI:NL:CRVB:2021:1583
Compendiusm Participatiewet, blz 62
ECLI:NL:CRVB:2026:993