I. Faits, cadre procédural et contexte du litige
A. Origine du litige et prétentions des parties
Par cette décision rendue le 06 novembre 2026, la juridiction saisie (Royaume des Pays-Bas) apporte une clarification structurante en matière de droit positif et contentieux juridictionnel. Dans l'espèce soumise à l'appréciation de la juridiction saisie, le différend s'est noué autour de l'application des règles régissant le domaine droit positif et contentieux juridictionnel au sein de l'ordre juridique de Royaume des Pays-Bas.
« op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 13 maart 2025, nr. BK-24/12, op het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 22/5797) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en aanslagen in de onroerendezaakbelastingen en in de watersysteemheffing eigenaren voor het jaar 2022. »