RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 26/3730
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M. Fouad Fattal),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
- In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van 27 november 2023 voor het verlenen van een machtiging voor voorlopig verblijf.
1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
- De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.