RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: AWB 26/1042 en NL 26.2990
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2026 in de zaken tussen
[eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa.
Inleiding
- In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van eiser tegen de bestreden besluiten van het COa van 15 januari 2026.
1.1. Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
- De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat eiser de gronden van de beroepen niet heeft vermeld en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.