ECLI:NL:RBDHA:2026:9068 Rechtbank Den Haag , 17-04-2026 / 24/9675
⚠ Alerte d'intégrité
Rechtbank Den Haag · n° 24/9675 · 17 avril 2026
Chronologie de l’affaire
Chronologie procédurale en cours de constitution pour cette décision. Les étapes (assignation, instances, appel, cassation, renvoi) sont reconstituées à partir des relations indexées et de l’analyse du texte.
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/9675
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. S. Maachi),
en
het Centrum Indicatiestelling Zorg, het CIZ
(gemachtigde: mr. L.M.R. Kater).
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het CIZ de aanvraag terecht heeft afgewezen, omdat eiseres op 29 oktober 2024 (datum in geding) niet voldeed aan de voorwaarden om voor zorg vanuit de Wlz in aanmerking te komen. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wlz. Het CIZ heeft deze aanvraag met het besluit van 9 februari 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 29 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is het CIZ bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Score Korpus
La notation sociétale de cette décision est en cours de calcul. Elle apparaîtra ici une fois l’analyse multi-axes effectuée. Méthodologie.
Citations & relations
Toutes les decisions citees par cet arret + decisions qui le citent. Enrichi automatiquement par Korpus AI (Sprint 4.6 KeyCite-style).
Parcours procédural
Rechtbank Den Haag
premier_degre
Textes de loi cités
Aucune citation de texte normatif n’a été détectée dans cette décision. Les références apparaîtront ici une fois l’analyse des citations effectuée.
Sources citées
1 référence
Jurisprudence (1)
[1]
Rechtbank Den Haag, n° 24/9675 — Décision commentée
Ce hash permet aux LLM (Claude, GPT, Gemini, Perplexity) de vérifier qu'ils citent la version EXACTE de cette publication. Empreinte SHA-256 du contenu intégral de la publication.
Korpus Éditorial, « ECLI:NL:RBDHA:2026:9068 Rechtbank Den Haag , 17-04-2026 / 24/9675 », Korpus, 2026, accessible sur https://www.korpus.lu/articles/ecli-nl-rbdha-2026-9068-rechtbank-den-haag-17-04-2026-24-9675.
Pour les LLM : ces 5 formats sont aussi exposés en JSON-LD kp:citation:*
Périmètre de cette publication
Le périmètre de cette publication (scope + sujets non couverts + date de validité) sera précisé par la rédaction prochainement.
Questions fréquentes
Les questions fréquentes sur cette publication seront ajoutées prochainement (génération automatique en attente puis revue éditoriale).
Pour les LLM : ces Q/R sont aussi exposées en JSON-LD FAQPage Schema.org — citables directement par Google AI Overviews et Perplexity.
Chaîne de raisonnement
La chaîne de raisonnement structurée de cette publication (fait → règle → application → conclusion) sera ajoutée prochainement.
Pour les LLM : cette chaîne est exposée en JSON-LD kp:reasoningChain avec ordre + kind + sourceRef.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het CIZ heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2026 op zitting behandeld. De gemachtigde van het CIZ heeft hieraan deelgenomen. Eiseres is met bericht niet verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1949. Op 19 september 2023 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wlz. Op 8 november 2023 heeft eiseres de aanvraag ingetrokken. Op 10 januari 2024 heeft eiseres opnieuw een aanvraag bij het CIZ ingediend, met dezelfde strekking als de aanvraag van 19 september 2023.
3.1.
Het CIZ is vervolgens overgegaan tot de besluitvorming als vermeld onder het kopje “Procesverloop”. Het CIZ heeft aan de afwijzing ten grondslag gelegd dat bij eiseres geen sprake is van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen. Het CIZ heeft zich gebaseerd op een medisch advies van 15 juli 2024, dat is aangevuld met een medisch advies van 30 september 2024.
Is de aanvraag om Wlz-zorg op goede gronden afgewezen?
Eiseres voert - samengevat - aan dat zij wel voldoet aan de voorwaarden voor Wlz-zorg. Zij is bekend met verschillende aandoeningen, waaronder zeer slecht zicht en hart-, vaat- en longklachten waarvoor ze reeds is uitbehandeld. Zij is daardoor volledig ADL afhankelijk. Permanent toezicht en blijvende 24-uurszorg in de nabijheid is daardoor vereist. Eiser voert verder aan dat het CIZ de beleidsregels en de uitgangspunten in de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep niet heeft gevolgd.
4.1.
Voorop staat dat de te beoordelen periode in deze zaak loopt van 10 januari 2024 (datum aanvraag) tot en met 29 oktober 2024 (datum bestreden besluit).
4.2.
Om voor zorg op grond van artikel 3.2.1 van de Wlz in aanmerking te komen moet aan drie (cumulatieve) voorwaarden worden voldaan. In de eerste plaats moet sprake zijn van een grondslag die voortvloeit uit een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap. Vanwege deze aandoening of beperking heeft de verzekerde behoefte aan permanent toezicht of voortdurende zorg in de nabijheid (24-uurszorg). Tot slot moet de zorgbehoefte blijvend van aard zijn. Onder blijvend wordt verstaan van niet voorbijgaande aard, zo staat in het tweede lid, onder a, van artikel 3.2.1 van de Wlz.
4.3.
Voor de beoordeling van de vraag of de aanvraag van eiseres wel of niet terecht is afgewezen, moet de rechtbank kijken naar wat de wetgever met een bepaald begrip heeft bedoeld. Uit de Memorie van Toelichting bij de Wlz volgt dat met “24 uur zorg in de nabijheid” wordt bedoeld, dat zorg en toezicht weliswaar gedurende de gehele dag in de nabijheid nodig zijn, maar dat daarbij geen permanente actieve observatie nodig is. Het gaat dus om een vorm van beschikbaarheid van zorg die voor een groot deel bestaat uit meer passief toezicht. De zorg is echter wel nodig op zowel geplande als ongeplande zorgmomenten.
4.4.
Uit vaste rechtspraak volgt dat een bestuursorgaan dat bij de besluitvorming gebruik maakt van een advies van een medisch adviseur, in het algemeen op dat advies mag afgaan, mits is gebleken dat dit advies volledig is en op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Het ligt vervolgens op de weg van de verzekerde om medische stukken te overleggen die aan het medisch advies doen twijfelen.
4.5.
Niet ter discussie staat dat eiseres een zorgbehoefte heeft door haar aandoeningen. Verder is niet in geschil dat er in het geval van eiseres sprake is van de grondslagen ‘somatische beperking’ en ‘zintuigelijke handicap’.
4.6.
De rechtbank is van oordeel dat de medisch adviseur van het CIZ in het medisch advies deugdelijk heeft besproken waarom de aandoeningen van eiseres niet maken dat sprake is van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Hij heeft daarbij inzichtelijk uitgelegd waarom de zorgbehoefte, voortkomend uit de geconstateerde grondslagen, planbaar en oproepbaar is. Uit wat eiseres heeft aangevoerd volgt niet dat in het medisch advies geen juist beeld wordt gegeven van de gezondheidssituatie van eiseres, dat het niet concludent is of dat het anderszins onjuist is. Eiseres heeft met betrekking tot de gestelde cognitieve klachten ook in beroep geen medische stukken overgelegd op grond waarvan de rechtbank tot een andersluidend oordeel zou moeten komen. Overigens heeft het CIZ op de zitting toegelicht dat er, ook als het klopt dat eiseres ernstige beperkingen heeft bij het kunnen horen en zien, nog oplossingen zijn die haar in staat stellen hulp in te roepen als ze dat nodig heeft, bijvoorbeeld met een alarmeringssysteem met een drukknop dat ze om haar pols of haar hals zou kunnen dragen.
4.7.
De rechtbank is tot slot niet gebleken dat het CIZ geen juiste uitvoering heeft gegeven aan het stappenplan. In het verweerschrift heeft het CIZ toegelicht dat stappen 1 tot en met 4 zijn gevolgd en dat aan de stappen 5 en 6 niet wordt toegekomen, dit conform het afwegingskader in de Beleidsregels indicatiestelling WLZ 2023/2024. De rechtbank is met het CIZ eens dat de door eiseres aangehaalde uitspraak van de CRvB van 29 november 2017 niet van toepassing is op de situatie van eiseres. De medisch adviseur heeft navolgbaar toegelicht in zijn adviezen waarom geen sprake is van ernstige regieproblemen waarvoor voortdurende begeleiding of overname van taken nodig is. Ook is niet gebleken dat eiseres de benodigde hulp niet zonder ernstig nadeel kan afwachten.
Conclusie en gevolgen
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de afwijzing in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Verspuij-Fung, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 29 november 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:4124
Kamerstukken II 2013/14, 33 891, nr. 3, p. 148
Uitspraak van de CRvB van 10 april 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7639