Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-7503
Zaaknummer: C/09/709554
Datum beschikking: 24 september 2026
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 20 juli 2026 ingekomen verzoekschrift van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A. van Bendegem in Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.M. Zeeman in Zoetermeer.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift, met bijlagen;
het bericht van 29 juli 2026 van de man, met bijlage;
het verweerschrift, met zelfstandige verzoeken, met bijlagen, ingekomen op 7 september 2026.
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn in de gelegenheid
gesteld hun mening kenbaar te maken.
Op 10 september 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
de man, bijgestaan door zijn advocaat;
[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2012 in [plaats] .
Partijen zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats 1] ;
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats 1] ;
[de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 in [geboorteplaats 2] ;
[de minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2022 in [geboorteplaats 2] ;
[de minderjarige 5] , geboren op [geboortedatum 5] 2023 in [geboorteplaats 2] ;
[de minderjarige 6] , geboren op [geboortedatum 6] 2025 in [geboorteplaats 2] .
Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen.
Bij deze rechtbank is een echtscheidingsprocedure aanhangig, onder zaak- en rekestnummer C/09/704742 en FA RK 26-4562.
Verzoek en verweer
De vrouw verzoekt, bij wijze van voorlopige voorzieningen en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:
de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd;
de vrouw met uitsluiting van de man is gerechtigd tot het voorlopig voortgezet gebruik van de echtelijke huurwoning van partijen gelegen in [adres] en te bepalen dat de man die woonruimte zal verlaten en daarin niet mag wederkeren, met afgifte van alle sleutels van die woning, en daarbij te bepalen dat de man de woonlasten van de echtelijke huurwoning, waaronder begrepen de huurpenningen en de kosten voor gas, water en licht dient te voldoen;
de man aan de vrouw met ingang vanaf 5 juni 2026 althans de datum van indiening van onderhavig verzoekschrift, een bedrag van € 434,- per maand aan kinderalimentatie dient te voldoen, wat toekomstige termijnen betreft telkens bij vooruitbetaling te voldoen, zulks uiterlijk op de eerste van iedere maand,
althans te beslissen zoals de rechtbank in goede justitie juist en redelijk acht.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt hij zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair
te bepalen dat de kinderen van partijen voorlopig in de echtelijke woning aan de [adres] blijven wonen, zonder dat zij voorlopig aan een van partijen worden toevertrouwd;
te bepalen dat de voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt wordt verdeeld: de vrouw verblijft van maandag 19:00 uur tot vrijdag, wanneer de man klaar is met werken, bij de kinderen in de woning en de man verblijft om de week en in de oneven weken van vrijdag uit zijn werk tot maandag 19:00 uur bij de kinderen in de woning;
te bepalen dat de vrouw met uitsluiting van de man gerechtigd is tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning gedurende de tijd dat zij de zorg voor de kinderen heeft en de man met uitsluiting van de vrouw gerechtigd is tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning gedurende de tijd dat hij de zorg voor de kinderen heeft;
te bepalen dat de man en de kinderen tweemaal per week op onderling af te stemmen momenten kunnen videobellen;
subsidiair
te bepalen dat de kinderen voorlopig om het weekend in de oneven weken bij de man verblijven van het moment dat de man uit zijn werk komt tot zondag 19:00 uur;
te bepalen dat de man en de kinderen tweemaal per week op onderling af te stemmen momenten kunnen videobellen.
meer subsidiair
- een in goede justitie vast te stellen voorlopige zorgregeling tussen de man en de kinderen vast te leggen.
De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Voorlopig uitsluitend gebruik echtelijke woning
De vrouw verzoekt om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. Ter onderbouwing van dit verzoek heeft zij naar voren gebracht dat de spanningen tussen partijen te hoog zijn opgelopen en dat de kinderen dit merken. Daarnaast maakt zij zich zorgen over het verslavingsgedrag van de man, en de invloed daarvan op de kinderen. Zij heeft verder aangegeven dat de man de mogelijkheid heeft om tijdelijk elders te verblijven.
De man verweert zich tegen het verzoek van de vrouw. Volgens hem zijn de spanningen niet verder opgelopen na het moment dat zij besloten uit elkaar te gaan. Partijen hebben een manier gevonden om samen gebruik te maken van de woning en samen voor de kinderen te zorgen. Er is volgens de man geen sprake van een spoedeisend belang dat maakt dat daarin verandering zou moeten komen. De man heeft verder aangegeven dat hij op zoek is naar andere woonruimte en dat hij momenteel geen mogelijkheden heeft om elders te verblijven.
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank begrijpt dat de huidige situatie voor partijen en de kinderen spanningen kan opleveren. . Tegelijkertijd ziet de rechtbank dat het, gelet op het beperkte inkomen van partijen en het (volledig) ontbreken van een sociaal netwerk, praktisch gezien niet haalbaar is om te bepalen dat een van de twee op dit moment het huis moet verlaten, dan wel een birdnest-regeling vast te stellen. Als de rechtbank dat wel zou doen, is haar vrees dat één of beide partijen dakloos worden. Dit zou (veel) nadeliger gevolgen hebben voor de kinderen dan wanneer partijen tijdelijk in dezelfde woning moeten verblijven.
Gelet op alle feiten en omstandigheden concludeert de rechtbank dat er geen noodzaak bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening met betrekking tot het uitsluitend gebruik van de woning. Partijen hebben een manier gevonden om het huis te delen en om samen voor de kinderen te zorgen. Dat het moeilijk kan zijn om met elkaar in het huis te wonen is begrijpelijk, maar dit is voor de rechtbank geen reden om te bepalen dat een van de twee op dit moment het huis moet verlaten of om een birdnestregeling te bepalen. Dat er spanningen zijn, is inherent aan de situatie waarin is besloten tot echtscheiding en er nog geen afspraken zijn gemaakt over de gevolgen daarvan. De rechtbank wil nog aan partijen meegeven dat zij de komende tijd moeten benutten om met ASVZ en Stichting ZO praktische afspraken te maken.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank alle verzoeken over het uitsluitend gebruik afwijzen.
Toevertrouwing kinderen en voorlopige zorgregeling
Nu de rechtbank de verzoeken ten aanzien van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning heeft afgewezen, worden de verzoeken ten aanzien van de voorlopige zorgregeling en de toevertrouwing van de kinderen bij gebrek aan belang ook afgewezen. Beide ouders blijven met de kinderen in hetzelfde huis wonen en kunnen onderling afspreken wie wanneer voor de kinderen zorgt, zoals zij nu ook al doen.
Voorlopige kinderalimentatie
Het verzoek tot vaststelling van voorlopige kinderalimentatie zal eveneens worden afgewezen. Zolang partijen op hetzelfde adres wonen, gaat de rechtbank ervan uit dat partijen het huishouden financieel draaien zoals zij tot op heden hebben gedaan. De rechtbank overweegt daarbij nog dat uit de stukken is gebleken dat partijen wat betreft de behoefte van de kinderen en de draagkracht van de ouders nauwelijks van mening verschillen. De rechtbank acht partijen daarom in staat daarover voor de situatie na feitelijk uiteengaan samen afspraken te maken.
Beslissing
De rechtbank:
wijst alle verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, (kinder)rechter en uitgesproken op de openbare zitting van 24 september 2026.
De griffier is buiten staat deze beschikking te ondertekenen.