RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11952951 \ CV EXPL 25-4227
Uitspraakdatum: 30 september 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Capaccs Invest B.V., inzake Ladies Night Nederland B.V.
te Eindhoven
de eisende partij
gemachtigde: ACCS Incasso
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1De verdere procedure
1.1.
Bij tussenvonnis van 18 maart 2026 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij op 13 mei 2026 een akte genomen (hierna: de akte).
2De verdere beoordeling
Toepasselijke algemene voorwaarden
2.1.
De eisende partij heeft bij akte gesteld dat zij de algemene voorwaarden per 1 januari 2024 heeft gewijzigd en dat deze dus van toepassing zijn op alle overeenkomsten die gesloten zijn na die datum. Dat in een andere zaak, waarbij de overeenkomst later is gesloten, nog de oude algemene voorwaarden zijn gevoegd, is een fout geweest, aldus de eisende partij.
2.2.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft onderbouwd dat op deze overeenkomst deze nieuwe set algemene voorwaarden van toepassing zijn. Alhoewel de formulering van artikel 5.6, mede in het licht van artikel 5.3, te wensen overlaat, is afdoende duidelijk dat de eisende partij heeft beoogd bij de wettelijke regeling aan te sluiten.
Wat is toewijsbaar?
2.3.
De gevorderde hoofdsom en buitengerechtelijke kosten worden toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
2.4.
De eisende partij vordert de wettelijke rente vanaf de vervaldatum van de (oudste) factuur. Gelet op het tussen partijen overeengekomen rentebeding heeft de eisende partij hiermee een te hoog bedrag aan vervallen rente berekend en gevorderd. Daarom wordt dit deel van de vordering afgewezen. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
2.5.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 89,99. vermeerderen met de wettelijke rente over € 49,99 vanaf 21 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 119,40;
griffierecht € 135,00;
salaris gemachtigde € 43,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter